Riet erbij, karekiet blij
In dit artikel:
De grote karekiet is in Nederland sinds 1990 met ongeveer 80 procent afgenomen en inmiddels een zeldzame broedvogel. De soort is afhankelijk van stevig, dik stromingsriet dat in diep water groeit, maar dit leefgebied is onder meer door vraat van ganzen sterk achteruitgegaan.
Vogelbescherming coördineerde daarom tussen 2016 en 2025 een beschermingsproject in belangrijke gebieden als de Loosdrechtse Plassen en de Randmeren. Met rasters tegen ganzenvraat en het verwijderen van bomen werd ruimte gemaakt voor herstel van brede rietkragen. Daarnaast werden tussen 2016 en 2024 tientallen volwassen mannetjes en tussen 2020 en 2024 honderden nestkuikens geringd. Door de vogels in volgende voorjaren terug te zoeken, konden onderzoekers hun overleving en verplaatsingen volgen.
Volwassen mannetjes blijken doorgaans trouw aan hun broedplek: de meeste keren jaarlijks terug naar vrijwel dezelfde rietkraag. Jonge vogels verspreiden zich vaker, soms enkele kilometers of naar een ander deel van de Randmeren, maar veel blijven in de buurt van hun geboortegebied. Ook lijken buitenlandse vogels Nederlandse populaties aan te vullen, omdat veel zingende karekieten buiten de kerngebieden geen ring droegen.
De jaarlijkse overleving van volwassen mannetjes ligt rond 60 procent en is vergelijkbaar met eerdere Nederlandse en Europese cijfers. Op herstelde locaties vestigden zich opnieuw broedvogels; bij Delta Schuitenbeek leidde sterk gegroeid riet binnen beschermende rasters in 2025 direct tot de vestiging van meerdere grote karekieten. In de kerngebieden is het broedsucces redelijk tot goed en stabiliseert de populatie mogelijk of groeit deze licht.
Voor duurzaam herstel is vooral meer hoogwaardig riet nodig. Het huidige areaal is klein en versnipperd, waardoor lokale problemen zoals predatie grote gevolgen kunnen hebben. Verdere uitbreiding en bescherming van rietkragen blijft daarom essentieel voor de terugkeer van de soort in Nederland.
Vandaag Inside: Johan Derksen stellig: ‘Van Bommel had niet eens geel moeten krijgen!’