Review Mortal Kombat II: fan versus critici

woensdag, 6 mei 2026 (18:14) - Mashable NL

In dit artikel:

Mortal Kombat II draait deze week in de bioscopen en krijgt van Mashable Benelux een dubbelzinnige beoordeling: filmjournalist Jeroen van Trierum en superfan Jeroen Nijssen gingen samen naar de persvoorstelling en komen tot sterk verschillende conclusies.

Achtergrond: Mortal Kombat begon in 1992 als arcadespel van Midway en groeide uit tot een cultuurfenomeen met tientallen releases op consoles. De franchise leverde al in 1995 een eerste film af die wereldwijd zo’n 122 miljoen dollar opbracht; na sequels en een reboot in 2021 is MK II nu de nieuwste verfilming die het lastige pad van realistische game-adaptaties bewandelt.

Beoordeling en contrasten: Van Trierum, geen grote MK-kenner, waardeert de visuele uitstraling en spectaculaire scenes maar mist diepgang en verhaallijn. Voor hem is MK II vooral een rechttoe-rechtaan spektakelfilm: veel actie, over-the-top personages en weinig subtiele karakterontwikkeling. Nijssen, die de games sinds zijn jeugd speelt, is juist enthousiast: hij prijst de trouw aan de games, de herkenbare levels en de manier waarop special moves en fatalities zijn vertaald naar scherm. Voor hem voelt de film als een geslaagde verbeelding van delen van de verhaallijn uit Mortal Kombat 9 en X.

Techniek en Easter eggs: Beiden vinden de production design en choreografie indrukwekkend. Nijssen noemt specifiek sets die herinneren aan klassieke levels zoals Dead Pool en Frozen Portal en zegt dat sommige gevechten bijna precies afspiegelden wat hij uit de games kent. Van Trierum vond de fights visueel fraai maar soms meer als ballet dan de brute vechtstijl die hij verwachtte. Een cameo van mede‑maker Ed Boone riep bij beiden de associatie met Marvel‑stijl fanknipogen op; ze betreuren dat mede‑bedenker John Tobias geen vergelijkbare verschijning kreeg.

Plaats in het genre: Over het algemeen concluderen de recensenten dat MK II de valkuilen van gameverfilmingen grotendeels weet te vermijden, vooral voor liefhebbers. Nijssen durft de film een tweede plek te geven in de ranglijst van realistische gameverfilmingen (achter de klassieke 1995‑film), Van Trierum blijft terughoudend en noemt het een vermakelijke maar inhoudelijk lichte experience. Het open einde wijst bovendien sterk op een derde film, iets wat Nijssen met plezier nog een paar keer in de bioscoop wil meemaken — Van Trierum daarentegen niet.