Review: de nieuwe iPad Air (2026) zit tussen twee stoelen in
In dit artikel:
Apple brengt met de iPad Air 2026 een goedkoper geprijsde maar zeer krachtige middenklasse‑tablet: de 11‑inchvariant kost nu €640, de 13‑inch €830 — bijna €100 goedkoper dan voorheen. Tweakers testte het apparaat en concludeert dat Apple vooral inzet op prestatiekracht, met de M4‑chip (zelfde generatie als in MacBooks en iPad Pro) en 12 GB werkgeheugen. In rekenkracht laat de Air de concurrentie op Android ver achter zich, maar die extra snelheid is voor de meeste gebruikers overbodig tenzij je zware 3D‑rendering, professionele videobewerking of veeleisende games doet.
Het grootste bezwaar is het scherm: Apple blijft bij een 60Hz IPS‑paneel zonder oled, terwijl veel rivalen in deze prijsklasse al 120Hz of betere oled‑schermen leveren. Daardoor voelt het bedienen en scrollen minder soepel en is het contrast en HDR‑weergave minder indrukwekkend dan bij concurrenten zoals Samsung. Het display is wel gelamineerd, ondersteunt het brede P3‑kleurenspectrum en haalt volgens Tweakers ongeveer 619 cd/m² helderheid — prima voor een 60Hz‑ips, maar simpelweg gedateerd voor de prijs.
Andere punten: basisopslag van 128 GB is aan de krappe kant; er zitten moderne verbindingschips in (Wi‑Fi 7, Bluetooth 6, zuiniger 5G); audio met vier speakers is opvallend krachtig en ruimtelijk; Touch ID in de aan/uit‑knop werkt goed; accu (9.720 mAh) levert bijna 12 uur bij wifi‑gebruik. iPadOS en beschikbare productiviteitsapps maken de Air geschikt als werkplatform, met ondersteuning voor externe beeldschermen en toetsenborden. Apple belooft doorgaans zo’n zeven jaar software‑updates.
Kortom: de iPad Air 2026 voelt premium en is technisch indrukwekkend, maar het 60Hz‑scherm en de beperkte instapopslag beperken de doelgroep. Voor de meeste gebruikers is de goedkopere instap‑iPad al voldoende; powerusers doen er beter aan te kiezen voor een iPad Pro.