Revalidatiearts Jan Geertzen (67) uit Paterswolde stopt. 'Straks worden protheses met de hersenen aangestuurd'
In dit artikel:
Professor Jan Geertzen (67) uit Paterswolde nam afgelopen vrijdag na bijna veertig jaar dienstverband afscheid van het UMCG. Tijdens het symposium ter gelegenheid van zijn pensioen werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau — een verrassing die hem zichtbaar raakte. Geertzen bouwde in Groningen een internationaal vermaarde carrière op als revalidatiearts, onderzoeker, opleider en bestuurder; van 2009 tot 2026 was hij hoofd van de revalidatieafdeling van het UMCG en medisch directeur van revalidatiecentrum Beatrixoord in Haren.
Geertzens keuze voor revalidatiegeneeskunde wortelt in jeugdervaringen en persoonlijke gebeurtenissen: een film over revaliderende Engelse soldaten en een familielid dat na een ernstig ongeluk slecht begeleid thuis werd ontslagen, inspireerden hem om die richting op te gaan. Na zijn studie geneeskunde in Utrecht werkte hij aanvankelijk als assistent-chirurg in Arnhem en raakte betrokken bij Het Dorp, waar hij bevestiging vond voor zijn roeping. Met veel doorzettingsvermogen kreeg hij een opleidingsplek in Groningen en bleef daar werkzaam toen hem een vaste betrekking werd aangeboden — ondanks aanvankelijke terughoudendheid van zijn gezin om Brabant te verlaten.
Onder zijn leiding groeide een team dat baanbrekend onderzoek deed naar amputaties en prothesetechnologie. Geertzen publiceerde veel en werd wereldwijd geraadpleegd bij complexe vraagstukken rond amputatiezorg en revalidatie. Als voorzitter van de internationale multidisciplinaire vereniging voor prothesezorg bezocht hij meer dan honderd landen en adviseerde hij ziekenhuizen en revalidatiecentra; hij hielp bij het opzetten van opleidingscentra in onder meer Vietnam, El Salvador, Tanzania en de Filipijnen.
Zijn buitenlandse ervaringen schokten hem soms: in Suriname vond hij bijna geen revalidatie-infrastructuur, slechts één oudere prothesemaker en patiënten die na operaties geen rolstoel of nazorg kregen. Zulke voorbeelden onderstreepten voor hem de mondiale ongelijkheid in zorg en het belang van het uitrollen van opleiding en organisatie van revalidatie.
Een belangrijk thema in Geertzens werk was het centraal stellen van de patiënt. Hij signaleerde dat bestaande richtlijnen vaak weinig rekening hielden met het perspectief van degene die een amputatie ondergaat. Daarom richtte hij in 2013 samen met een collega de patiëntenvereniging KorterMaarKrachtig op, waarmee patiënten in Nederland beter zijn gaan samenwerken en hun belangen richting ziekenhuizen en verzekeraars konden verdedigen. Die inzet heeft geleid tot ruimere vergoedingen en meer aandacht voor wat patiënten werkelijk willen bereiken na een amputatie — van lopen op heuvels en trappen tot een eenvoudig rondje om het huis — en daarmee tot andere chirurgische en prothetische keuzes.
Geertzen plaatst de huidige Nederlandse situatie ook in epidemiologisch perspectief: jaarlijks vinden in Nederland tussen de 3.000 en 4.000 grote amputaties plaats; ongeveer 95 procent daarvan hangt samen met complicaties van diabetes en overgewicht, de rest met trauma of kanker. Hij wijst op regionale verschillen: amputaties komen relatief vaker voor in armere delen van Noordoost-Nederland, waar leefstijlfactoren en sociaaleconomische omstandigheden een rol spelen. Internationaal ziet hij vergelijkbare trends: met de opkomst van westerse eetgewoonten nemen diabetesgerelateerde amputaties ook elders toe.
Wat de toekomst van zijn vak betreft is Geertzen optimistisch. Technologie verandert de prothesewereld snel: van laserscans en 3D-printing tot prothesen die via zenuwverbindingen tastzin teruggeven of in de toekomst direct door de hersenen aangestuurd kunnen worden met geïmplanteerde chips. Volgens hem zal medische techniek het vakgebied ingrijpend veranderen en nieuwe mogelijkheden voor patiënten openen.
Persoonlijk blijft Geertzen een actief en betrokken mens: hij slaapt weinig — gemiddeld vier uur per nacht — en zegt voorlopig nog vele internationale mails te blijven beantwoorden; zijn UMCG-mailadres blijft nog vijf jaar actief. Hij woont met zijn vrouw José in Paterswolde, houdt van zeilen, wandelen, lezen, reizen en fietsen, en blijft in de regio wonen omdat ze er vrienden hebben en de natuur dichtbij is. Geboren op 25 april 1959 in Den Bosch, is hij getrouwd en heeft drie kinderen; zijn academische loopbaan omvat het artsexamen (1984), registratie als revalidatiearts (1990), promotie (1998) en hoogleraarschap (2001).