Resale van lege stoeltjes is melkkoe voor voetbalclubs: 'Een extra volle Arena per jaar'
In dit artikel:
Steeds meer eredivisieclubs gebruiken een online doorverkoopplatform voor seizoenkaarten: lege stoelen worden zo verkocht aan fans die anders geen kaartje hadden kunnen krijgen, wat stadions voller maakt en extra inkomsten oplevert. RTL Z-onderzoek laat zien dat twaalf van de achttien clubs inmiddels zo’n systeem hebben; meerdere anderen zijn ermee bezig. Uit cijfers van Eredivisie CV blijkt dat tribunes in de eerste helft van dit seizoen gemiddeld voor 96 procent gevuld waren.
Werkwijze en doel
Resale-platformen stellen seizoenkaarthouders in staat een kaart per wedstrijd te koop te zetten wanneer ze niet kunnen komen. Dat verkleint het aantal no-shows en stelt supporters op wachtlijsten in staat alsnog naar wedstrijden te gaan. Clubs voeren verschillende regels en beloningsvormen: sommige betalen seizoenkaarthouders direct uit, andere geven tegoed dat alleen bij de club besteed of gebruikt kan worden bij verlenging van de kaart.
Verschillen tussen clubs
Beleid en vergoedingen lopen sterk uiteen. PSV hanteert een strenger regime: seizoenkaarthouders mogen hun kaart maximaal drie keer zelf doorgeven aan anderen voordat het gebruik van resale invloed kan hebben op de verlenging van hun kaart. PSV vergoedt in de eerste drie gevallen het tegoed, maar betaalt dat als fanshop-tegoed in plaats van contant geld. Daarnaast rekent PSV voor de vergoeding 1/20-deel van een seizoenkaart per wedstrijd, terwijl de meeste clubs uitgaan van 1/17 (het aantal thuiswedstrijden). AZ hanteert ook clubtegoed en koppelt dat aan verlenging, waarmee loyaliteit wordt bevorderd.
Sommige clubs houden kosten in: Heracles, NAC en AZ verrekenen platformkosten en betalen niet het volledige pro rata-bedrag; NEC zit het laagst met 70 procent van 1/17, Ajax keert 85 procent uit. Clubs geven aan dat het beleid mede bedoeld is om administratieve kosten en misbruik tegen te gaan.
Voorbeelden en cijfers
Ajax laat zien hoe lucratief resale kan zijn: een seizoenkaart van €383 komt neer op ongeveer €22,50 per thuiswedstrijd; 85 procent daarvan is €19,15 voor de seizoenkaarthouder. Ajax kan het stoeltje vervolgens vaak voor een hogere losse prijs verkopen (tegen FC Groningen bijvoorbeeld €34). Volgens het jaarverslag leverde resale Ajax vorig seizoen bijna 47.000 extra kaartjes op; gemiddeld betekent dat één extra volle Johan Cruijff Arena per seizoen, wat kortweg zo’n 15 procent extra inkomsten uit losse kaartverkoop voor competitiewedstrijden oplevert. In het algemeen rapporteert Ajax dat recettes uit wedstrijden met 15 procent stegen tot €9,5 miljoen, zonder verdere uitsplitsing.
Kleinere clubs en gebruikerspatronen
Niet elk stadion is zo groot als Amsterdam; bij FC Twente worden circa 500 tickets per wedstrijd doorverkocht, bij AZ ongeveer 200. PEC Zwolle meldt dat vrijwel alle wedstrijden weken vooraf uitverkocht zijn en dat resale “vanaf minuut één” een groot succes is — 99 procent van de aangeboden tickets vindt een koper, vaak zelfs nog op de wedstrijddag. Aanbod op resale is vaak kleiner bij topwedstrijden, omdat no-shows bij die duels sowieso afnemen. Vakanties (vooral zomervakantie) geven bij PSV een piek in aanbod.
Clubs die (nog) niet meedoen
Zes clubs doen nog niet aan resale. Een deel, zoals Volendam, Go Ahead Eagles en Telstar, bekijkt opties of wil op korte termijn starten. Excelsior, Heerenveen en Fortuna Sittard reageerden niet inhoudelijk; ook FC Groningen, Feyenoord, NEC en Sparta gaven geen toelichting.
Conclusie
Resale blijkt een win-win-win: seizoenkaarthouders die niet kunnen, fans op de wachtlijst en clubs profiteren alle drie. Tegelijk ontstaan verschillen in eerlijkheid en marktkrachten door uiteenlopende vergoedingen en het gebruik van clubtegoed. Door de variatie in regels en vergoedingsstructuren is de opbrengst en beleving voor supporters per club duidelijk verschillend.