Renske Leijten - Weten hoe iets werkt, is iets anders dan de uitkomst kennen

dinsdag, 17 februari 2026 (12:30) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

De auteur waarschuwt dat politieke inhoud in Den Haag vaak over het hoofd wordt gezien omdat processen en techniek ondoorgrondelijk lijken, terwijl er wél veel serieus inhoudelijk werk verricht wordt in de Tweede Kamer en op ministeries. Zelf ontdekte zij pas na jaren als Kamerlid dat je pas invloed krijgt als je de politieke techniek beheerst, maar ze waarschuwt ook voor het omgekeerde gevaar: beheersing van procedures kan het zicht op de inhoud doen verliezen.

Als illustratie vergelijkt ze twee staatssecretarissen langdurige zorg. Marlies Veldhuijzen van Zanten, verpleeghuisarts van achtergrond, had veel praktijkkennis en durfde in de wetsbehandeling een wettelijk kader dat vastbinden en drogeren mogelijk maakte, terug te draaien naar meer rechtsbescherming. Haar opvolger Martin van Rijn beheerste de politieke taal en organisatie, maar zag niet dat het vage voornemen om zorgzwaartepakketten 1 en 2 uit te faseren in de praktijk neerkwam op het sluiten van verzorgingshuizen — iets waar de Kamer het daarna niet meer kon keren. In de kabinetsperiode Rutte II leidde dat inderdaad tot sluitingen.

Met het oog op het aanstaande minderheidskabinet bespreekt de auteur het coalitieakkoord dat inzet op een “slagvaardige overheid”: regels schrappen, ambtelijke formatie verminderen en de Roemernorm voor externe inhuur herstellen. Hoewel zij steun heeft voor meer vakinhoudelijke expertise binnen ministeries, uit ze grote zorgen over de formulering “Rijksbrede taakstelling”. Zo’n algemene doelstelling zal waarschijnlijk onbeoogde effecten hebben — een onofficiële vacaturestop, het niet verlengen van tijdelijke contracten en het verliezen van vakkennis — terwijl juist bij sommige uitvoeringsorganisaties (politie, defensie) meer capaciteit nodig is.

De column verwijst naar de Bulgarenfraude en de toeslagenaffaire als voorbeelden waarin technocratische taakstellingen perverse uitkomsten opleverden; Piet-Hein Donner waarschuwde daar ook voor. Als alternatief pleit de auteur voor concrete, ministeriespecifieke maatregelen: minder vergaderingen, minder parafenlijnen en meer ruimte voor vakmanschap bij ambtenaren. Ze sluit met een oproep om scherp te volgen hoe het nieuwe kabinet de ambitie van een slagvaardige overheid invult, en zich te verzetten tegen vage, bureaucratische doelstellingen die de inhoud ondermijnen.