Renske Leijten - De overvolle la van ongewenste inzichten

dinsdag, 20 januari 2026 (06:44) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

Nederland wordt gekarakteriseerd als een plek vol regels, subsidies, lobby’s en vooral rapporten: documenten die kennis verschaffen, urgentie creëren en de publieke en politieke agenda kunnen sturen — maar ook vaak ongelezen blijven. Drie recente publicaties illustreren dat spanningsveld tussen advies en politieke praktijk.

In oktober publiceerde De Nieuwe Denktank het rapport Van cijfers naar mensen, met voorstellen om het zorgstelsel te verbeteren. De presentatie in Nieuwspoort en overdracht aan demissionair staatssecretaris Nicki Pouw-Verweij leverden weinig vervolgdebat op; het onderwerp ontbrak vrijwel tijdens de verkiezingen. Omdat de partijen van het nieuwe minderheidskabinet twintig jaar geleden betrokken waren bij invoering van het huidige stelsel, is de kans klein dat de aanbevelingen nu alsnog serieus heroverwogen worden. Het voorbeeld toont hoe zelfs inhoudsrijke analyses ondergesneeuwd raken als de politieke wil ontbreekt.

Een tweede notitie, door de Nationale Ombudsman, de Raad van State en de Algemene Rekenkamer — gebundeld in De realistische overheid — vroeg recent aandacht voor beter functioneren van overheidsorganisaties. De drie Hoge Colleges herhaalden bij Buitenhof de noodzaak om systemische gebreken aan te pakken, vooral in het licht van het toeslagenschandaal. Omdat het initiatief van gezaghebbende instellingen komt, zal het onvermijdelijk bij formatiegesprekken op tafel liggen. Toch is er scepsis of concrete maatregelen volgen, aangezien de betrokken formerende partijen ook deel waren van eerdere kabinetten die in het schandaal verstrikt raakten.

Het derde en politiek meest beladen voorbeeld is het rapport van de commissie Wennink over het verdienvermogen van groot- en internationaal bedrijfsleven. Dit door politiek gevraagde advies pleit voor stimulansen zoals subsidies voor verduurzaming, belastingmaatregelen en minder regeldruk om productie en arbeid aan te trekken. Ondanks kritiek op methodologie en cijfers lijkt het rapport een handig legitimatiemiddel te worden voor beleid dat al lang op brede steun kan rekenen in Den Haag.

Door deze voorbeelden loopt één rode draad: rapporten kunnen de inhoudelijk noodzakelijke discussies leveren, maar hun invloed hangt sterk af van politieke bereidheid en het publieke debat. Vorming van een kabinet en mediastorm rond politieke spelers verdringen vaak inhoudelijke voorstellen. De waarschuwing is duidelijk: besluiten zouden moeten volgen op degelijke adviesrapporten; als politici zeggen dat iets “niet kan”, wordt dat vaak gedreven door een gebrek aan politieke wil — er is meestal wel een rapport dat het tegendeel aantoont.