Rekenkamer: politie laat duizenden ernstige misdrijven liggen
In dit artikel:
De Algemene Rekenkamer stelt dat de Nederlandse politie in 2024 meer dan 10.000 aangiften van ernstige misdrijven niet heeft behandeld. Van die zaken waren er volgens het onderzoek 1.600 door het Openbaar Ministerie of de minister van Justitie en Veiligheid als prioriteit aangemerkt, maar desondanks niet opgepakt. Het rapport gebruikt een Crime Harm Index om de maatschappelijke schade van misdrijven mee te wegen en concludeert dat opsporingsprioriteiten vaak niet samenvallen met de meest schadelijke criminaliteit.
Belangrijke feiten uit het onderzoek:
- Binnen de 1.600 prioritaire, onbehandelde zaken zaten circa 550 geweldsdelicten, 200 zedenzaken, 750 overige high-impact crimes en 100 ondermijningszaken. Daarnaast bleven ook 3.450 zware diefstallen en 5.050 andere ernstige misdrijven (zoals identiteitsfraude, brandstichting en chantage) liggen.
- Van de ruim 10.000 ernstige aangiften werden er 7.000 vooraf afgewezen; nog eens 3.000 werden vroegtijdig beëindigd, veelal vanwege een tekort aan recherchecapaciteit bij politie of OM. Voor slachtoffers betekent dit dat een aangifte niet automatisch leidt tot onderzoek.
- Regionale verschillen zijn groot: in Rotterdam werd 19% van ernstige aangiften direct afgewezen, in Oost-Nederland 12% en in Limburg 11%. Limburg scoorde het hoogst bij afwijzingen wegens capaciteitsgebrek (13%).
De Rekenkamer merkt ook op dat prioriteiten vaak gericht zijn op thema’s zoals cybercrime en bepaalde heterdaadzaken en ondermijningsoperaties, terwijl veel van die feiten volgens de harm‑index in de lagere of middencategorieën vallen. Het advies is om zwaardere misdrijven — met name gewelds- en zedenzaken — vaker voorrang te geven, ook als dat ten koste van lichtere zaken gaat.
Organisatie en financiën schoten tekort: de politie heeft volgens het rapport geen goed zicht op resultaten van ongeveer 11.500 grote, vaak internationale onderzoeken, ondanks inzet van circa 12.300 fte bij districts- en landelijke rechercheteams. Registratiesystemen laten onduidelijk welke zaken worden onderzocht, welke capaciteit nodig is en wat de uitkomsten zijn. Financieel werd in 2024 in totaal 8,1 miljard euro besteed; de Rekenkamer schat 3,3 miljard naar opsporing, 2,6 miljard naar openbare orde en veiligheid, 1,9 miljard naar hulpverlening en 0,3 miljard naar overige justitiële taken. Dat het kabinet en de korpschef niet exact kunnen aangeven hoeveel publiek geld naar welke wettelijke taak gaat, noemt de Rekenkamer zorgelijk en een belemmering voor parlementair budgetrecht.
Kortom: de politie moet strakker prioriteren en veel transparanter kunnen aangeven waar capaciteit en middelen naartoe gaan, zodat ernstigere misdrijven beter worden opgepakt en verantwoording richting parlement en burgers mogelijk is.
Vandaag Inside: Video: Geertruida schreeuwend naar de grond na stevige charge van bloedfanatieke Weghorst