Rekenkamer maakt gehakt van begroting kabinet-Jetten
In dit artikel:
De financiële plannen van kabinet-Jetten voor 2027 krijgen in het artikel zware kritiek, vooral vanwege een gebrek aan concrete doelen, onderbouwing en controleerbare resultaten. Volgens de aangehaalde bevindingen van de Algemene Rekenkamer wil het kabinet dat jaar 517 miljard euro uitgeven, terwijl veel ministeries niet duidelijk maken wat zij met dat geld willen bereiken of of hun plannen haalbaar zijn.
Slechts enkele begrotingen bevatten volgens de Rekenkamer meetbare hoofddoelen: die van Economische Zaken, Klimaat en Groene Groei, Financiën, Infrastructuur en Waterstaat en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Bij andere ministeries ontbreken zulke doelen. Als voorbeeld wordt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap genoemd. In de begroting van ongeveer 60 miljard euro zou volgens Rekenkamerpresident Pieter Duisenberg onvoldoende duidelijk zijn welke resultaten voor Nederland worden beoogd.
Ook benoemen ministeries volgens de Rekenkamer vooral risico’s die al langer bekend zijn, zonder dat duidelijk wordt hoe die worden opgelost. Zo blijven personeelstekorten in de zorg, het volle elektriciteitsnet, stikstofproblemen en belemmeringen voor de woningbouw bestaan. Infrastructuur en Waterstaat zou daarnaast structureel te weinig middelen hebben om basale taken uit te voeren. Daardoor staan het onderhoud van wegen, bruggen en spoorwegen onder druk, met mogelijke gevolgen voor transport en de economie.
De auteur zet deze financiële keuzes af tegen de jaarlijkse Nederlandse steun aan Oekraïne, die volgens het artikel tot 2030 ongeveer 3 miljard euro bedraagt. Dat bedrag zou volgens Bouwend Nederland vergelijkbaar zijn met het jaarlijkse tekort dat nodig is om de Nederlandse infrastructuur op peil te houden. Ook waarschuwt de Rekenkamer dat de Nederlandse bijdrage aan de Europese Unie mogelijk enkele miljarden hoger uitvalt dan in de Miljoenennota is geraamd.
Verder wijst het artikel op de stijgende kosten van het Rijk. De uitgaven aan rijksambtenaren zouden in vijf jaar zijn toegenomen van 10 naar 16 miljard euro. De auteur brengt die stijging mede in verband met de groeiende hoeveelheid Europese wet- en regelgeving, die volgens hem extra toezicht en ambtenaren vereist.
De tekst is nadrukkelijk opiniërend en gebruikt de bevindingen van de Rekenkamer om het kabinet, de Tweede Kamer en de Europese Unie politiek onbekwaam te noemen. De centrale conclusie luidt dat het probleem volgens de auteur niet primair het minderheidskabinet is, maar een gebrek aan bestuurlijke, financiële en economische deskundigheid. Hij pleit ervoor dat parlementariërs zich sterker baseren op de analyses en cijfers van de Algemene Rekenkamer.
Vandaag Inside: Johan Derksen en Shelly Sterk in gesprek over stratencircuit: 'Dat ben ik niet helemaal met je eens'