Rekenkamer kritisch op toezicht vervuilende lozingen: 'Ontoereikend en zorgwekkend'
In dit artikel:
De Algemene Rekenkamer stelt in een recent rapport dat de minister van Infrastructuur en Waterstaat onvoldoende zicht heeft op welke schadelijke stoffen de industrie in de Nederlandse grote wateren (Noordzee, IJsselmeer, grote rivieren) loost. Dat gebrek aan overzicht is zorgwekkend omdat deze stoffen in het drinkwater kunnen terechtkomen en omdat Europese regels voorschrijven dat de waterkwaliteit uiterlijk volgend jaar op orde moet zijn — iets waar de Rekenkamer sceptisch over is.
Rijkswaterstaat voert namens de minister vergunningverlening, toezicht en handhaving uit, maar volgens het rapport lukt dat onvoldoende. Er ontbreekt een centraal informatiesysteem; informatie over welke bedrijven welke stoffen en hoeveel mogen lozen staat versnipperd in honderden vergunningen. Veel vergunningen zijn verouderd en er bestaat een achterstand in het periodiek herzien van die vergunningen. Ook is onduidelijk of, wanneer en welke bedrijven zijn gecontroleerd, wat extra risico geeft omdat het om de vervuilendste bedrijven gaat.
Monitoring schiet tekort: bij de helft van de bedrijven worden geen monsters genomen en slechts één op de zes bedrijven rapporteerde recent waterlozingen. Bedrijven zijn alleen verplicht te melden wanneer ze boven drempelwaarden zitten, waardoor veel kleine lozingen niet geregistreerd worden maar in totaal toch schadelijk kunnen zijn. Bovendien meet Rijkswaterstaat doorgaans alleen stoffen die expliciet in vergunningen staan, waardoor andere schadelijke stoffen onopgemerkt kunnen blijven.
Minister Karremans erkent problemen met de registratie en kondigt dit jaar een nieuw informatiesysteem aan, maar bestrijdt dat het toezicht tekortschiet en vindt een landelijk overzicht geen wettelijke taak. De Algemene Rekenkamer noemt die reactie deels vergoelijkend en waarschuwt dat betere registratie, gerichter toezicht en sneller herzien van vergunningen nodig zijn om gezondheids- en milieuschade te voorkomen.