Regisseur Frans Weisz vertelde eens een opmerkelijk verhaal over Hitler

woensdag, 21 januari 2026 (12:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Eind 2025 overleed regisseur Frans Weisz; kort daarvoor had hij en de verteller geprobeerd samen een film te maken van Harry Mulischs roman Siegfried. De regisseur en de auteur leken elkaar aardig te vinden, maar hun samenwerking strandde. Het plan was dat de verteller het scenario zou schrijven en Weisz zou regisseren. Tijdens hun eerste gesprek legde de verteller uit waarom hij door Mulisch’ verhaal gefascineerd was: de hoofdpersoon Herter speurt naar het wezen van Hitler en komt tot de conclusie dat Hitler het absolute Niets is, het kwaad zelf. Ook noemde hij een oud idee — een toneelstuk/film over therapiesessies tussen Hitler en een Joodse vrouwelijke psychiater — dat Theo (een vroegere medewerker) destijds om reputatieangst afwees.

Weisz vertelde daarop dat hij thuis een boek had van Ernst Weiss, waarin een Joodse arts Hitler na de Eerste Wereldoorlog onder hypnose zou hebben gezet en niet meer uit die trance kreeg. De verteller raakte gefascineerd en ging op zoek naar dat boek. Hij vond Der Augenzeuge van Ernst Weiss (ook in het Nederlands verschenen als De ooggetuige; heruitgave 2007), maar stelde teleurgesteld vast dat het een fictie was: in Weiss’ verhaal wordt een klein-korporaal die aan hysterische blindheid lijdt in Pasewalk behandeld en herkend als de toekomstige Hitler.

Verdere research leidde naar de neuropsychiater Edmund Forster, die volgens bronnen (onder meer een OSS-rapport uit 1943 waarin arts Karl Kroner wordt geciteerd) eind 1918 in Reserve-Lazarett Pasewalk Hitler onderzocht en een diagnose van hysterie stelde. Forster werd later hoogleraar psychiatrie en pleegde in 1933 zelfmoord; er wordt gespeculeerd dat nazi-druk verband hield met het verdwijnen van medische documenten. De vermeende medische dossiers over Hitler zijn nooit teruggevonden, waardoor veel van deze claims onvermijdelijk speculatief blijven.