Regen helpt nauwelijks: zo kan veenbrand maandenlang onzichtbaar blijven woeden
In dit artikel:
De Hoge Venen zijn een 72.000 hectare groot natuurgebied in de Belgische Ardennen en de Duitse Eifel. Zo’n 4.500 tot 5.000 hectare is sinds 1957 beschermd natuurreservaat. Het gebied bestaat deels uit veen: een sponsachtige bodem die ontstaat doordat afgestorven planten in een natte, zuurstofarme omgeving slechts langzaam verteren. Daardoor stapelen plantenresten zich eeuwen- of millennialang op en slaan ze veel koolstof op. Veen groeit ongeveer 1 millimeter per jaar, terwijl uitgedroogd veen tot 10 centimeter per jaar kan verdwijnen. Het veenpakket kan tot 10 meter dik zijn.
Bij een veenbrand smeult het vuur vaak diep onder de grond door. Regen maakt de bovenlaag wel nat, maar dringt meestal niet ver genoeg door om het vuur volledig te doven. Daardoor kunnen ogenschijnlijk gebluste plekken dagen later opnieuw rook of vlammen produceren. Via kleine luchtkanalen krijgt het vuur zuurstof. Zulke zogenoemde zombiebranden kunnen weken of maanden aanhouden en soms zelfs een winter overleven. In 1911 brandden de Hoge Venen twee maanden en ging bijna 4.000 hectare natuur verloren.
Omdat de brandhaard vaak niet zichtbaar is, zoeken brandweerlieden met warmtecamera’s naar ondergrondse hotspots. Wetenschappers testten tijdens de recente brand bovendien een model dat voorspelt hoe snel en in welke richting een natuurbrand zich verspreidt en hoe intens die kan worden. Door toenemende droogte als gevolg van klimaatverandering neemt het risico toe en is België volgens experts onvoldoende voorbereid. Internationale samenwerking blijft daarom belangrijk: via een Europees systeem kunnen landen materieel en personeel uitwisselen. Zo hielpen Nederlandse Chinook-helikopters bij de bestrijding van de brand in de Hoge Venen.
Vandaag Inside: Johan Derksen na bruiloft Olcay: ‘Voor eeuwig ongeloofwaardig als voorvechter tegen huiselijk geweld’