Redacties van WNL en Telegraaf geïnformeerd over 'schokkende nieuwe feiten' rond moord op Fortuyn (en toen bleef het stil)

zondag, 24 mei 2026 (06:13) - NineForNews.nl

In dit artikel:

Onderzoeksjournalist Hans Izaak Kriek, auteur van Pim Fortuyn: Moord op bestelling?, hekelt de heersende berichtgeving na de uitreiking van de Pim Fortuynprijs in Nieuwspoort. Terwijl landelijke titels zoals De Telegraaf, WNL Goedemorgen Nederland en Nieuws van de Dag de ceremonie en de lofzang op het vrije woord breed uitsponnen, zien Kriek en zijn bronnen juist een gebrek aan bereidheid om de fundamenteel ongemakkelijke vragen over Fortuyns dood te onderzoeken en te publiceren.

Kriek zegt herhaaldelijk contact te hebben gezocht met redacties en de prijsorganisatie en bracht meer dan losse speculatie: hij beschikt over concrete getuigenissen, onder meer van een voormalige AIVD-analist die destijds werkzaam was en nooit is gehoord door de onderzoekscommissie Van den Haak. Ondanks het explosieve karakter van die verklaring kregen zijn bevindingen geen journalistieke vervolgstappen, aldus Kriek. Hij ergert zich vooral aan de omgang met oud-AIVD-topman Erik Akerboom; in de berichtgeving zou Akerboom vooral geportretteerd zijn als een gerespecteerde staatsman, zonder kritische vragen over de rol van de dienst rond 2002.

Voor Kriek weerspiegelt deze aanpak een bredere tendens: de gevestigde pers functioneert volgens hem vaker als hoeder van de orde dan als onpartijdige waakhond. Hij wijst op de discrepantie tussen de rigoureuze parlementaire enquête over de coronamaatregelen en het ontbreken van een vergelijkbaar, dwingend onderzoek naar de moord op Fortuyn op 6 mei 2002 op het Mediapark in Hilversum. Destijds blokkeerden partijen als PvdA, D66, GroenLinks, VVD en CDA een parlementair onderzoek onder ede; waarom dat gebeurde is nooit naar tevredenheid opgehelderd.

Meer dan twintig jaar na de moord — publiekelijk toegeschreven aan Volkert van der Graaf als een eenzame dader — circuleren nog altijd getuigenissen die wijzen op complexere scenario’s. Kriek waarschuwt dat wanneer serieuze bronnen met nieuwe feiten komen, journalistieke stilte niet neutraal is maar nabij medeplichtigheid ligt. Hij belooft door te gaan met zijn onderzoek en roept de grote redacties op alsnog kritisch te volgen. De ironie is dat Fortuyn, zelf fel tegen bestuurlijke doofpotten, nu jaarlijks als symbool fungeert terwijl vragen over zijn dood onopgelost blijven.