Reconstructie van het falen van Jetten en de rechtse 'coup' van Yeşilgöz
In dit artikel:
Het stuk stelt dat wat nu als regeringsbeleid wordt gepresenteerd geen toekomstvisie is maar het gevolg van een verkeerde politieke werkwijze bij de formatie: Rob Jetten, Henri Bontenbal, Dilan Yeşilgöz en hun teams zouden een minderheidskabinet hebben behandeld alsof het een klassiek meerderheidskabinet was. Door nachtelijke, gesloten onderhandelingen en het dichttimmeren van compromissen vóór serieuze Kamerbetrokkenheid is volgens de auteur de kans verkeken om juist de specifieke kracht van een minderheidsconstructie te benutten.
Een minderheidskabinet vraagt volgens de schrijver om een andere methodiek: openheid, gefaseerde keuzes, voortdurende Kamerdebatten, flexibiliteit en beleid dat dwars over links-rechts heen kan werken. In plaats daarvan werd een financieel sluitend maar inhoudelijk onsamenhangend akkoord neergelegd: geen samenhangende richting voor zorg, sociale zekerheid, arbeid, veiligheid, natuur, innovatie, migratie, integratie, klimaat of solidariteit, maar een stapeling van maatregelen die vooral zijn ingegeven door haalbaarheid en kostendekking binnen de interne balans van de drie deelnemende partijen.
Concreet leidt dat tot een klassiek rechts-sociaal-economisch profiel: extra uitgaven voor defensie, veiligheid en woningbouw maar bezuinigingen op zorg, sociale zekerheid en langdurige ondersteuning. In de zorg blijft het eigen risico hoog en zelfs verhoogd, waardoor chronisch zieken, mensen met psychische klachten en lage inkomens onevenredig worden getroffen. In de langdurige zorg worden eigen bijdragen en beperkingen in de Wet langdurige zorg (Wlz) zwaarder, met meer nadruk op mantelzorg. Bij arbeidsongeschiktheid blijft het systeem volgens de auteur wantrouwend ingericht: zieke mensen moeten keer op keer bewijzen dat ze niet kunnen werken. Tegelijk worden hogere inkomens ontzien; de lasten zouden vooral bij kwetsbaren terechtkomen.
Migratie speelt in deze reconstruerende visie een centrale rol: het thema fungeteert als electorale katalysator die andere beleidskeuzes verhult. Kiezers die uit migratie-onvrede naar rechts zijn verschoven stemmen vaak tegen hun eigen sociaaleconomische belangen, waardoor ruimte ontstaat voor beleid dat de verzorgingsstaat uitholt. De schrijver waarschuwt dat deze koers niet voortkomt uit gebrek aan kennis, want Nederland beschikt volgens hem over talloze studies en scenario’s over vrijwel alle beleidsdomeinen; het gaat om ideologische keuzes en politieke koppigheid.
De auteur stelt dat er alternatieven zijn en verwijst naar internationale voorbeelden waarin investeringen samengaan met sterke sociale bescherming: Japan, Noord-Europese landen, Duitsland, Zuid-Korea en Denemarken tonen dat investeren en beschermen geen onverenigbare tegengestelden hoeven te zijn. In plaats van paniekreacties en korte-termijnpolitiek pleit hij voor brede maatschappelijke en politieke discussies over fundamentele keuzes met duidelijke afwegingen van voor- en nadelen.
Politiek persoonlijk wordt vooral Jetten genoemd als degene die de kans had om een minderheidskabinet anders te structureren maar dit liet liggen; ook Yeşilgöz krijgt de schuld van het koersneerleggen naar rechts. Het kabinet zou zich nu gedragen als een regulier centrumrechts technocratisch bestuur — een voortzetting van Rutte-achtige politiek — en zal om steun te behouden meerderheden aan de rechterkant moeten zoeken, mogelijk bij partijen als JA21. Daardoor blijft de regering kwetsbaar en gevangen in korte-termijnoplossingen en polariserende thema’s.
Uiteindelijk oordeelt de tekst dat deze aanpak leidt tot stilstand of slechts beperkte vooruitgang tegen forse maatschappelijke kosten: de verzorgingsstaat wordt langzaam afgebroken en de samenleving raakt verder gepolariseerd. De oproep is helder: een minderheidskabinet had anders moeten beginnen — met een kerndocument met hoofdlijnen, de benoeming van ministers en een gedwongen periode van brede consultatie (bijvoorbeeld uitgewerkte voorstellen binnen honderd dagen) — zodat beleid per dossier draagvlak kan krijgen in de Kamer en maatschappij. Zonder zo’n aanpak wordt het kabinet volgens de auteur al stervend benoemd en blijven echte oplossingen uit.