Rechtse partijen houden deur dicht voor PVV-afsplitsers
In dit artikel:
Zeven Kamerleden hebben zich afgescheiden van de PVV en vormen een nieuwe fractie onder leiding van Gidi Markszower. De breuk volgt op een interne brandbrief waarin de afsplitsers Geert Wilders verantwoordelijk stelden voor de verkiezingsnederlaag en bekritiseerden dat de campagne stilviel en de partij te veel rond één persoon draaide. Na een verhitte fractievergadering besloten zij als aparte groep verder te gaan.
Andere rechtse partijen tonen weinig bereidheid hen op te vangen. JA21-leider Joost Eerdmans en Annabel Nanninga maken duidelijk dat zij geen overlopers willen, Forum voor Democratie (onder leiding van De Vos) wil de eigen fractie niet uitbreiden, en BBB-leidster Caroline van der Plas sluit ook toetreding van PVV-afsplitsers uit. Daarmee lijken de vertrekkers voorlopig op zichzelf aangewezen.
Binnen de PVV zijn de reacties fel: Kamerleden als Michael Boon en Dion Graus veroordelen de afsplitsing scherp, en Wilders spreekt over een „zwarte dag” voor zijn partij en voelt het vertrek ook persoonlijk. Markszower erkent dat het emotioneel is voor betrokkenen.
Politiek heeft de scheuring vooral indirecte gevolgen: D66-leider Rob Jetten en VVD-leider Dilan Yesilgöz zien kansen voor het aanstaande minderheidskabinet als de nieuwe fractie bereid is constructief samen te werken — zij geven aan in gesprek te willen gaan met partijen die het kabinet aan een meerderheid kunnen helpen. Buiten de traditionele rechtsen reageerden anderen ook geanimeerd; een Haagse D66-raadslid begroette de breuk uitbundig.
Kortom: de afsplitsing schaadt de PVV intern en brengt nieuwe dynamiek in de Kamer, maar tot nu toe leiden de wisselingen niet tot directe fusies met andere rechtse fracties; de grootste politieke betekenis ligt in de mogelijke steun voor een minderheidsregering.