Rechtsbijstand mist bezwaartermijn: arts krijgt bijna €700.000 schadevergoeding
In dit artikel:
Een arts die sinds 1997 bij een universitair medisch centrum werkte, werd per 1 december 2017 ontslagen. Zijn rechtsbijstandsverlener diende het bezwaar tegen dat ontslag te laat in, waardoor het niet inhoudelijk werd behandeld. In de aansprakelijkheidsprocedure stond vast dat de verzekeraar en rechtsbijstandsverlener een beroepsfout hadden gemaakt. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden moest vervolgens bepalen welke financiële schade daardoor was ontstaan.
Daarbij onderzocht het hof niet alleen de gemaakte fout, maar vooral wat waarschijnlijk zou zijn gebeurd als het bezwaar wél op tijd was ingediend. Het achtte het zeer waarschijnlijk dat de bestuursrechter het ontslag niet zou hebben laten voortduren en dat de arts zonder de fout tot zijn AOW-leeftijd in dienst was gebleven. Het hof vergeleek daarom zijn werkelijke financiële situatie met het inkomen en pensioen dat hij vermoedelijk zou hebben opgebouwd.
De schadevergoeding bedraagt in totaal €699.443,09. Daarvan is €523.207 toegekend voor inkomensverlies en €176.236,09 voor gemiste pensioenopbouw. Bij de inkomensschade zijn de werkloosheidsuitkeringen meegerekend; de vergoeding bestaat dus niet simpelweg uit alle gemiste salarissen. Het bedrag komt boven de eerdere toewijzing van €510.154,10 door de rechtbank uit, maar beide bedragen mogen niet worden opgeteld.
Het hof stelde niet vast dat de vergoeding belastingvrij is. De gevraagde €10.000 aan immateriële schade werd afgewezen omdat de arts de aantasting onvoldoende had onderbouwd. Ook kreeg hij niet automatisch alle advocaatkosten vergoed. De zaak onderstreept dat bij een gemiste procestermijn zowel de fout als het waarschijnlijke financiële gevolg zorgvuldig moet worden bewezen. Het schriftelijk vastleggen van termijnen, indieningen en ontvangstbevestigingen kan daarbij helpen.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen lijnrecht tegenover Chris Woerts: ‘Wat is dat nou voor gelul van je?!’