Rechts wint verkiezingen in Costa Rica met populaire 'Bukele-methode'
In dit artikel:
De rechtse politica Laura Fernández (39) is zondag tot president van Costa Rica gekozen met bijna 50 procent van de stemmen. Haar partij PPSO behaalde ook een comfortabele meerderheid in het parlement, waardoor haar beleidsagenda de komende jaren waarschijnlijk weinig tegenstand zal krijgen. Fernández, eerder minister in het kabinet van de zittende president Rodrigo Cháves, heeft criminaliteitsbestrijding en de aanpak van georganiseerde misdaad tot topprioriteit gemaakt.
Kiezers verwachten dat Fernández het beleid van Cháves voortzet. Tijdens Chávez’ presidentschap zijn het Hooggerechtshof heringericht en onafhankelijke toezichthouders verzwakt; ook werden grondwettelijke wijzigingen doorgevoerd die de uitvoerende macht uitbreidden. Chávez verdedigde deze ingrepen als noodzakelijk om een sterke toename van drugssmokkel en geweld te bestrijden. Onder zijn regering steeg het aantal moorden aanzienlijk — volgens het artikel met ongeveer 50 procent.
Costa Rica kampt de laatste jaren met een sterke groei van transnationale drugsbendes uit Mexico en Colombia die het land gebruiken als doorvoerroute naar de VS en Europa. De toename van smokkeling ging gepaard met meer geweld, wat veiligheid bovenaan de kieslijst plaatste en de deur opende voor politici die een strenge aanpak beloven.
Fernández wordt op haar beurt vaak vergeleken met de Salvadoraanse president Nayib Bukele, wiens keiharde ‘noodtoestand’-beleid tegen bendes sinds maart 2022 veel navolging krijgt in de regio. Bukele liet honderdduizenden mensen opsluiten, vaak in voorarrest en zonder toegang tot juridische bijstand; mensenrechtengroepen meldden overbevolking, gebrek aan basisvoorzieningen en regelmatige mishandeling in gevangenissen. Bukele was ook aanwezig bij de start van de bouw van een megagevangenis in Costa Rica in januari, en Fernández heeft aangekondigd de bouw af te ronden en noodtoestanden te kunnen uitroepen in gebieden met sterke bende-invloeden.
De uitkomst in Costa Rica past in een bredere Latijns-Amerikaanse trend waarin kiezers veiligheid zwaarder laten wegen dan zorgen over democratische waarborgen. Recente presidentswinnaars in de regio hebben openlijk verwezen naar Bukele als voorbeeld om hun straatveiligheidsbeloften kracht bij te zetten. Analisten waarschuwen dat dit model — effectief in het terugdringen van bendegeweld maar problematisch voor rechtsstaat en mensenrechten — ook invloed kan hebben op toekomstige verkiezingen in grotere landen als Brazilië, Peru en Colombia.