Rechts wil terreurverheerlijking strafbaar stellen. Maar wie bepaalt wat terrorisme is?
In dit artikel:
Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel (VVD) heeft namens kabinet-Jetten een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat het verheerlijken van terroristische misdrijven en openlijke steun aan terroristische organisaties strafbaar maakt. Overtreders kunnen maximaal twee jaar gevangenisstraf of een geldboete krijgen. De Raad van State gaf eerder een positief advies en het voorstel lijkt op een ruime Kamermeerderheid te kunnen rekenen.
De discussie kreeg onlangs een actuele illustratie door een optreden van het rapduo Abel en Sef op Lowlands. Het duo verwees provocerend naar Osama bin Laden en bezong geweld en de oorlog in Gaza. In een interview noemde Abel Bin Laden zowel een symbool van dood en verderf als een verzetsstrijder. Zulke artistieke uitingen zouden waarschijnlijk niet automatisch strafbaar zijn, maar de nieuwe wet kan vergelijkbare teksten wel onder een vergrootglas leggen.
Het plan bouwt voort op eerdere pogingen. CDA-minister Piet Hein Donner wilde na de moord op Theo van Gogh in 2005 terreurverheerlijking verbieden, maar zijn voorstel werd te vaag gevonden en kreeg weinig steun vanwege mogelijke botsingen met de vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid en verenigingsvrijheid. In 2014 pleitte het CDA opnieuw voor een verbod, na een pro-IS-demonstratie in Den Haag. VVD-minister Ivo Opstelten vond de bestaande regels tegen opruiing en haatzaaien toen voldoende en waarschuwde voor een ‘gedachtepolitie’.
De aanslag van Hamas op 7 oktober 2023 versnelde de huidige wetgeving. Rechtse coalitiepartijen ergerden zich aan pro-Palestijnse demonstraties en uitingen die de aanval vergoelijkten of gewapend verzet verdedigden. Ook symbolen als watermeloenen, die verwijzen naar de Palestijnse vlag, werden door sommige VVD-politici als mogelijke steun aan Hamas gezien. Mensenrechtenorganisaties waarschuwden daarom dat de wet vreedzame demonstranten en activisten kan raken.
Na meer dan tienduizend reacties op de internetconsultatie is het voorstel aangescherpt. Strafbaar wordt volgens hoogleraar strafrecht Marloes van Noorloos alleen het ‘verregaand loven of prijzen’ van een gepleegd terroristisch misdrijf waarop in Nederland levenslang staat, of steun aan een terroristische organisatie die anderen aanzet haar terroristische doel te steunen. De regels gelden formeel voor alle terroristische organisaties en misdrijven, maar critici vrezen dat ze in de praktijk vooral tegen jihadistische en pro-Palestijnse uitingen worden gebruikt. Van Noorloos wijst erop dat extreemrechts wel nadrukkelijk in de toelichting staat, maar in het publieke debat en de praktijk nog minder vaak als terroristische dreiging wordt herkend.
De kern van het juridische probleem is dat niet duidelijk is wanneer een mening verandert in verheerlijking. Het verdedigen van de aanval van 7 oktober als verzetsdaad zou volgens Van Noorloos een twijfelgeval zijn. Ook het delen van beelden van Hamas’ aanval kan verschillende bedoelingen hebben: sympathisanten kunnen ze lovend verspreiden, terwijl pro-Israëlische groepen dezelfde beelden delen om de wreedheid ervan te tonen. Intentie is juridisch van belang, maar die is moeilijk vast te stellen. Europese rechtspraak beschermt bovendien ook uitingen die kwetsen, choqueren of verontrusten.
Critici vrezen een ‘chilling effect’: demonstranten zullen zich uit angst voor vervolging terughoudender uiten, nog voordat een rechter duidelijkheid heeft gegeven. Daarnaast is handhaving op straat en online ingewikkeld. Extremistische berichten verspreiden zich snel, worden soms door algoritmen versterkt en kunnen via omwegen moderatie ontwijken. Volgens Van Noorloos dreigt strafrechtelijke handhaving daardoor neer te komen op dweilen met de kraan open.
Achter de juridische discussie ligt bovendien de politieke vraag wie bepaalt welke organisaties terroristisch zijn. Dat label veranderde in het verleden geregeld, afhankelijk van geopolitieke belangen; groepen als Nelson Mandela’s ANC, de Houthi’s en de Syrische HTS stonden op enig moment wel en later niet op westerse terreurlijsten. Tegenstanders vrezen dat antiterreurwetgeving daardoor ook kan worden ingezet tegen binnenlandse oppositie, zoals antifa of Extinction Rebellion.
Dat juist D66, dat zich eerder fel tegen het verbod verzette, het kabinet leidt dat de wet mogelijk maakt, is opvallend. De partij zou haar verzet tijdens coalitieonderhandelingen hebben opgegeven; een vermeende afspraak met de VVD over extra ontwikkelingsgeld wordt door het kabinet ontkend. Volgens Van Noorloos heeft het voorstel vooral symbolische waarde en zal de rechterlijke macht straks veel grensgevallen moeten beoordelen.
Vandaag Inside: Jesse Klaver tegen Wilfred Genee In de Wandelgangen: 'Dat ga ik je hier niet zeggen!'