Rechters VS negatief over importheffingen: „Samenwerking is het hele punt waar het in democratie om draait"
In dit artikel:
Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft vorige week geoordeeld dat president Trump voor het opleggen van het merendeel van zijn importtarieven ten onrechte een noodwet heeft gebruikt. Zes van de negen rechters verwierpen die handelstactiek, waarmee een belangrijk instrument uit Trumps handelsbeleid is weggenomen. De uitspraak beperkt bovendien de neiging van de president om het Congres te omzeilen en benadrukt dat zulke ingrijpende bevoegdheden bij de wetgevende macht horen.
Trump reageerde furieus tijdens een persconferentie in het Witte Huis en uitte harde kritiek op de rechtbank, vooral omdat twee van de drie rechters die hij zelf benoemd heeft — Neil Gorsuch en Amy Coney Barrett — zijn plannen tegenstemden. Rechters benadrukten in hun opmerkingen dat samenwerking met het Congres essentieel is; Gorsuch waarschuwde expliciet dat het verleidelijk maar onwenselijk is het parlement te omzeilen.
De uitspraak kreeg bijval van zowel Democraten als enkele Republikeinen. Senator Rand Paul noemde het een bevestiging dat ook de president juridische grenzen heeft, en Mitch McConnell herinnerde eraan dat tarieven uiteindelijk door het Congres worden vastgesteld. Voormalig vicepresident Mike Pence prees de beslissing als een terugkeer naar grondwettelijke bevoegdheden, terwijl vicepresident JD Vance de uitspraak scherp bekritiseerde en het hof beschuldigde van wetteloosheid.
Als tijdelijke maatregel vaardigde Trump per decreet nieuwe, uniforme tarieven van 15 procent in, geldig voor maximaal 150 dagen. De zaak is politiek pijnlijk voor Trump: de uitspraak ondermijnt een hoeksteen van zijn handelsstrategie en zet de toon voor toekomstige ruimten waarin het Congres en het presidium over bevoegdheden moeten overleggen.