Rechter oordeelt dat banken slachtoffers van phishing meteen moeten vergoeden: "Zal grote gevolgen hebben"
In dit artikel:
Een Antwerpse kortgedingrechter heeft recent geoordeeld dat banken slachtoffers van phishing onmiddellijk moeten terugbetalen, tenzij de bank kan aantonen dat er sprake was van grove nalatigheid. De uitspraak, vermeld in Het Laatste Nieuws, ontstond naar aanleiding van een zaak waarin een bejaard echtpaar bijna 50.000 euro verloor door geld over te schrijven aan een valse bankmedewerker in Portugal; de bank had de terugbetaling geweigerd.
Banken weigeren vaak uitbetaling omdat ze veronderstellen dat de klant zelf ernstig heeft gefaald. De rechter draaide die werkwijze om: eerst uitbetalen, en pas daarna – als de bank volhoudt dat er grove fout was – naar de rechter stappen om dat te bewijzen. Advocaat Geert Lenssens, specialist in bankrecht (niet betrokken bij de zaak), noemt de beschikking baanbrekend en verwacht dat veel advocaten voortaan meteen een kort geding zullen starten om namens slachtoffers snel compensatie te krijgen.
Lenssens benadrukt dat grove nalatigheid uitzonderlijk is; naar zijn inschatting geldt dat in amper circa 1 procent van phishinggevallen. Hij hoopt dat de uitspraak tevens een wake‑upcall vormt voor de bancaire sector, die volgens hem te lang terughoudend en soms in strijd met de wet heeft gehandeld. Hoewel het een voorlopige beslissing betreft, kan de uitspraak volgens deskundigen grote gevolgen hebben voor toekomstige compensatieclaims bij online oplichting.