Rechter: minister mocht bed-bad-brood van 16 mensen niet stoppen

vrijdag, 24 april 2026 (20:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

De Rotterdamse bestuursrechter heeft bepaald dat ex-minister van Asiel en Migratie Marjolein Faber onterecht heeft geprobeerd de opvang van zestien vreemdelingen te beƫindigen. Het ging om personen die onder de zogenoemde bed-bad-broodregeling verbleven; voor vier andere appellanten mocht de minister wel optreden.

Het kabinet wilde vanaf 1 januari 2025 stoppen met de rijksbijdrage voor die regeling, maar de opvang liep door omdat een eerdere voorzieningrechter het intrekken van de bijdrage tijdelijk blokkeerde tot enkele weken na het vonnis van vrijdag. Volgens de rechtbank had Faber niet voldoende gegarandeerd dat de zestien betrokkenen niet in onmenselijke omstandigheden zouden belanden, terwijl Europese regels en rechtspraak vereisen dat ook onrechtmatig verblijvende vreemdelingen beschermd worden tegen dergelijke situaties.

De rechtbank benadrukte dat deze mensen kwetsbaar en onvoldoende zelfredzaam zijn, geen sociaal netwerk hebben, niet mogen werken en geen aanspraak hebben op andere voorzieningen, waardoor zij volledig van de overheid afhankelijk zijn. Omdat er geen alternatief voor opvang werd aangeboden, moet de minister nu nieuwe besluiten nemen waarin het oordeel van de rechtbank wordt meegenomen. Tot die tijd mogen de zestien in de opvang blijven.