Rechter heft beslag op kunstwerk van de staat door Toeslagenmoeder op wegens 'misbruik van bevoegdheid'

vrijdag, 6 maart 2026 (20:20) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Staatssecretaris Sandra Palmen (Herstel Toeslagen) en de Staat stonden vrijdag in de rechtbank in Den Haag tegenover Yasmin Molleman, een erkende gedupeerde van het toeslagenschandaal. Molleman eist dat de overheid een beloofde aanvullende compensatie voor het jaar 2015 betaalt; de staat weigert omdat zij in 2024 al een ruimhartige uitkering van ruim 190.000 euro ontving via de stichting van Prinses Laurentien (SGH) en bij die vaststellingsovereenkomst afstand zou hebben gedaan van andere aanspraken.

De zaak escaleerde nadat Molleman beslag liet leggen op een zes meter hoog, 3.500 kilo zwaar kunstwerk van Per Kirkeby dat voor de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie staat. Dat gebeurde omdat het ministerie een door de bestuursrechter in februari opgelegde dwangsom van 15.000 euro niet betaalde. Volgens de landsadvocaat weigerde het ministerie te betalen omdat Molleman met SGH een vaststellingsovereenkomst had ondertekend, waarmee alle overige claims werden afgehandeld. Molleman stelt daarentegen dat een medewerker van de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) haar telefonisch een toezegging voor een extra betaling over 2015 had gedaan, en dat ze daarop lopende bezwaren introk.

De Staat startte een kort geding om te voorkomen dat Molleman met “procedure op procedure” de dynamiek zou blijven bepalen. De rechtbank volgde grotendeels de lijn van de landsadvocaat: een eerdere betaling aan een andere gedupeerde na het tekenen van een overeenkomst met SGH moet worden gezien als een fout, en de staat kan niet verplicht worden die fout te herhalen. Ook oordeelde de rechter dat het beslag op het Kirkeby-beeld niet nodig bleef; technisch bewijs van verankering speelde een rol in de afweging, maar de rechter hoefde die discussie niet doorslaggevend te maken. Concreet betekent de uitspraak dat het kunstwerk blijft staan en dat Molleman geen dwangsom ontvangt.

In de rechtszitting werd de spanning tussen Molleman en de overheid zichtbaar: het ministerie noemde het “ongemakkelijk” om tegenover een gedupeerde te moeten procederen en betreurde de publieke indruk dat ouders niet ruimhartig worden gecompenseerd. Molleman uitte haar teleurstelling na de uitspraak en overweegt hoger beroep; zij wacht het schriftelijke vonnis af en zal eerst met haar advocaat overleggen. De zaak illustreert hoe complex de afhandeling van het toeslagenschandaal blijft: vaststellingsovereenkomsten, informele toezeggingen en fouten in individuele gevallen leiden tot voortdurende juridische strijd en verstoorde verhoudingen tussen gedupeerden en staatsinstanties.