Rechter geeft handgeschreven zelfmoordbriefje Epstein vrij, niet zeker of het echt is
In dit artikel:
Rechter Kenneth Karas heeft vannacht het briefje dat mogelijk van Jeffrey Epstein is vrijgegeven, nadat The New York Times vorige week over het bestaan ervan schreef. Het korte, onsignaleerde briefje — met enkele slecht leesbare regels — zou in juli 2019 door Epsteins toenmalige celgenoot Nicholas Tartaglione zijn gevonden, toen Epstein bewusteloos in zijn cel werd aangetroffen; enkele weken later pleegde hij zelfmoord terwijl hij op zijn proces wachtte wegens het misbruiken en uitbuiten van meerdere minderjarige meisjes. Zowel Karas als The New York Times zeggen niet met zekerheid te kunnen vaststellen dat Epstein de auteur is.
Het document zat in het dossier van Tartaglione, die in 2023 werd veroordeeld tot viermaal levenslang voor moord; door juridische complexiteit bleef het briefje lange tijd buiten de publiciteit. De openbaarmaking valt in een gevoelige periode: de dood van Epstein heeft eerder veel speculatie en complottheorieën opgeroepen, en voormalig president Trump had beloofd alle Epstein-gerelateerde documenten vrij te geven — iets dat herhaaldelijk tot nieuwe onthullingen en politieke onrust leidt. Het publiceren van het briefje versterkt opnieuw de aandacht voor onopgeloste vragen rond Epsteins laatste dagen en de omgang met zijn dossier.