Rechter: een vaststellingsovereenkomst betekent niet automatisch dat je verlofdagen vervallen, werknemer krijgt 14 vakantiedagen en 10 atv-dagen plus 10 procent verhoging
In dit artikel:
Een werkgever uit Rotterdam moet een oud-werknemer €2.576,45 bruto aan niet-opgenomen vakantiedagen en €1.840,32 bruto aan atv-dagen betalen. Daarbovenop komen 10 procent wettelijke verhoging, rente en €1.629,04 aan proceskosten. De kantonrechter deed op 11 september uitspraak; die werd deze maand gepubliceerd op rechtspraak.nl.
De werknemer was sinds 1989 in dienst en was tot 10 december 2024 twee jaar ziek. Daarna bleef hij nog enkele maanden zonder werk en loon in dienst, in een zogenoemd slapend dienstverband. Op 1 mei 2025 eindigde het dienstverband met een vaststellingsovereenkomst. De werkgever weigerde vervolgens de resterende verlofdagen uit te betalen, omdat volgens hem met die overeenkomst alles definitief was geregeld en er bovendien meer dagen waren opgenomen dan de werknemer stelde.
De rechter oordeelde dat de overeenkomst geen duidelijke finale kwijting bevatte en dat de werknemer nergens afstand had gedaan van zijn verlofrechten. Na berekening bleken 14 vakantiedagen en 10 atv-dagen uit 2022 open te staan. Daarbij werd gerekend met 7,5 uur per dag, een uurloon van €22,72 en 8 procent vakantiegeld. Een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten werd afgewezen.
De werkgever kreeg wel gelijk dat er na 10 december 2024 geen vakantiedagen meer waren opgebouwd, omdat de werknemer toen geen loon ontving. Werknemers die na langdurige ziekte een vaststellingsovereenkomst tekenen, doen er daarom goed aan het verlofsaldo en de uitbetaling daarvan vooraf expliciet vast te leggen. Tijdens ziekte met behoud van loon loopt de vakantieopbouw wel door.
Vandaag Inside: Johan Derksen ziet mogelijke vervanger van René Froger bij De Toppers: 'Die past er het beste bij!'