Rechter Corrado Carnevale (1930-2026) was voor de maffia een nuttige vriend

woensdag, 11 februari 2026 (13:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Corrado Carnevale, de beruchte Siciliaanse rechter bij het Hof van Cassatie die in Italië bekendstond als l’ammazzasentenze (‘de vonnisvernietiger’), was tussen 1985 en 1993 de invloedrijke voorzitter van de strafrechtkamer van het hoogste gerechtshof. In de jaren van het beroemde maxiproces in Palermo (1986–1987), waarin aanklagers als Giovanni Falcone en Paolo Borsellino honderden Cosa Nostra-leden berechten, viel veel van de uiteindelijke beslissingsmacht uiteindelijk in Carnevales handen. Terwijl het onderzoeksmateriaal van de anti-maffiapool omvangrijk en gevaarlijk was verzameld, slaagde Carnevale erin talloze veroordelingen te laten vernietigen op basis van procedurele tekortkomingen: ontbrekende handtekeningen, verlopen termijnen, verkeerd geplaatste komma’s en soortgelijke vormfouten. Het gevolg was dat honderden veroordeelden herzien of vrijgelaten werden; in 1991 werden bijvoorbeeld 43 veroordeelden ineens vrij wegens het verstrijken van de voorlopige hechtenis.

De maffia reageerde gewelddadig: in 1992 pleegden Cosa Nostra bomaanslagen waarbij Falcone en Borsellino werden gedood. Kort daarvoor en daarna bracht Carnevales rol in de vernietiging van vonnissen veel wrevel teweeg. In 1993 kon het openbaar ministerie hem vervolgen voor ‘externe deelname aan de maffia’ — een juridische categorie die Falcone zelf had ontwikkeld om netvlakken tussen maffia en staat beter te bestraffen — op basis van afgeluisterde gesprekken en verklaringen van collega’s, die spraken over druk die Carnevale zou hebben uitgeoefend om zware maffiavonnissen te verzwakken.

Carnevale werd in hoger beroep in 2001 schuldig bevonden, maar uiteindelijk bepaalde het Hof van Cassatie dat alles wat binnen diens raadskamers werd gezegd onder absolute geheimhouding valt, ook wanneer het om strafbare feiten gaat. Die uitspraak maakte zijn veroordeling praktisch onhoudbaar en opende de weg naar zijn terugkeer: in 2007 kon hij, op zijn 75ste en voorbij de normale pensioengrens, weer in dienst treden. De regering-Berlusconi voerde in 2008 zelfs een wetswijziging door die het mogelijk maakte dat rechters die na vrijspraak op hogere leeftijd terugkeren hun leidinggevende rechten zouden kunnen behouden — een maatregel die in de praktijk speciaal op Carnevale leek te zijn toegesneden. Hij kon daardoor op hoge leeftijd opnieuw een prestigieuze post bekleden.

Critici, onder wie onderzoeksjournalist Marco Travaglio en maffia-expert Attilio Bolzoni, zien in Carnevales loopbaan een symptomatisch voorbeeld van hoe procedureel juristerij en politieke ingrepen de strijd tegen de maffia hebben uitgehold. Volgens hen bleef de brede, gecoördineerde kennis en politieke wil die nodig is voor een consequent anti-maffiaoptreden na de explosieve jaren en de moorden op Falcone en Borsellino grotendeels afwezig — een ontwikkeling die Bolzoni omschrijft als een terugkeer naar de situatie van vóór Falcone. De zaak-Carnevale toont zo hoe juridische fijnslijperij en institutionele beschermingen een belangrijke rol konden spelen bij het ontsnappen aan verantwoordelijkheid, met verstrekkende gevolgen voor de rechtsstaat en het maffiabestrijdingsbeleid in Italië.