Rechter beslist op 20 mei over doorgaan spoorproef in Zeeland
In dit artikel:
De Stichting Scholierenvervoer Zeeland (SSZ) eist in de rechtbank in Den Haag dat een proef met het Europese treinbeveiligingssysteem ERTMS niet op het traject Goes–Vlissingen plaatsvindt maar elders. De SSZ voert aan dat Zeeland al een kwetsbare bereikbaarheid kent — met één treinverbinding en één snelweg — en dat de proef onevenredig zwaar valt voor scholieren en onderwijsinstellingen. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat wees het traject in 2024 aan; de proef is gepland voor 2029 en zou drie tot vier maanden tot een buitendienststelling van passagierstreinen leiden, gevolgd door een periode waarin kinderziektes verstoringen kunnen veroorzaken.
Dagelijks reizen circa 3.000 mensen over dit stuk spoor, vooral leerlingen en studenten. Tijdens de proef zijn vervangende bussen en extra ov-fietsen gepland, maar dat betekent langere reistijden en volgens scholen het risico dat leerlingen en docenten uitwijken naar onderwijsinstellingen in bijvoorbeeld Antwerpen, Breda of Rotterdam. Rinus de Rijder, directeur van een mbo‑college in Goes en woordvoerder voor SSZ, waarschuwt dat bereikbaarheid in een krimpregio cruciaal is: "Bereikbaarheid is geen randvoorwaarde, maar een voorwaarde voor goed onderwijs."
De staat stelt dat Zeeland na zorgvuldige belangenafweging als tweede proeflocatie is gekozen (na Harlingen–Leeuwarden) en dat de test noodzakelijk is voor de landelijke uitrol van ERTMS. De rechter doet uitspraak op 20 mei.