Rechter: €360.000 voor ex via huwelijkse voorwaarden is bij scheiding belast als schenking

maandag, 19 oktober 2026 (06:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Een vaste uitkering die echtgenoten in hun huwelijkse voorwaarden afspreken voor het geval van een scheiding, kan worden aangemerkt als een schenking. Dat oordeelde de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een uitspraak die op 15 oktober 2026 werd gepubliceerd. De vrouw in deze zaak moet waarschijnlijk schenkbelasting betalen over een bedrag van €360.000.

Het echtpaar trouwde in 2008 buiten iedere gemeenschap van goederen en sloot ook periodieke en finale verrekening uit. Wel bepaalden zij dat de vrouw bij een echtscheiding eenmalig €300.000 van haar man zou ontvangen. Dit bedrag werd jaarlijks geïndexeerd. Bij hun scheiding in 2019 was het opgelopen tot €360.000. In het echtscheidingsconvenant werd afgesproken dat de man het bedrag in twaalf jaar zou betalen, met maandelijkse termijnen van €2.500. De uitkering zou haar verzorging en levensstandaard waarborgen.

De echtgenoten hadden in de akte vermeld dat de betaling voortkwam uit een morele verplichting. Volgens de rechtbank is dat etiket echter niet doorslaggevend. Anders dan bij het delen van tijdens het huwelijk opgebouwd vermogen, ging het hier om een vooraf vastgesteld bedrag dat uitsluitend aan de vrouw toekwam. De rechter keek bovendien naar de bedoeling bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden in 2008. De man wilde haar toen bewust bevoordelen; daarmee was volgens de rechtbank sprake van een gift. Omdat de schenking afhankelijk was van een toekomstige voorwaarde, ontstond de belastbare verkrijging bij de scheiding in 2019.

De vrouw kon evenmin gebruikmaken van de vrijstelling voor een natuurlijke verbintenis. Daarvoor moet objectief blijken dat de ex-partner gezien hun welstand en haar behoefte moreel verplicht was haar financieel te ondersteunen. Zij had niet aangevoerd dat zij na de scheiding niet zelfstandig kon rondkomen; in het convenant verklaarden beiden juist dat zij in hun eigen levensonderhoud konden voorzien.

Na aftrek van de vrijstelling zou ongeveer €357.827 belastbaar zijn. Tegen de tarieven voor overige verkrijgers kwam een rekenvoorbeeld uit 2019 neer op circa €130.658 schenkbelasting. Het exacte bedrag staat niet in de uitspraak. De zaak onderstreept dat stellen een vaste scheidingsuitkering vooraf fiscaal moeten laten beoordelen en bij de scheiding goed moeten vastleggen welke financiële noodzaak eraan ten grondslag ligt.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen schrok tijdens FC Groningen - Ajax: ‘Die kan er helemaal niets van!’