Rauw en kleurrijk, lef en durf. Kunst van Leipziger Schule is 'in your face'
In dit artikel:
Het Drents Museum in Assen toont Hotspot Leipzig, een eerste overzicht van werken uit zijn groeiende verzameling van de zogenaamde Neue Leipziger Schule. Conservator Berber van der Veer (29) stelde de tentoonstelling samen en legt de nadruk op het krachtige, figuratieve karakter dat uit Leipzig komt: kleurrijk, direct en vol verhalende vondsten.
De expositie belicht twee pijlers van die scène: de Hochschule für Grafik und Buchkunst — de kunstacademie waar vakmanschap en figuratie centraal staan — en de Spinnerei, de voormalige fabriekshallen die al lange tijd als ateliers en broedplaats fungeren. Het Drents Museum bouwt al ruim dertig jaar aan een collectie realistisch werk die oorspronkelijk vooral uit Noord-Nederland afkomstig was; sinds 2020 verzamelt het ook actief uit Leipzig. Nu maakt de instelling ruim 80 Leipzig-werken deel van de collectie, waarvan 55 in Assen te zien zijn; veel stukken worden hier voor het eerst getoond.
Centraal in de presentatie staat Neo Rauchs recent verworven schilderij Das Dreibein (2024). Rauch geldt internationaal als boegbeeld van de Neue Leipziger Schule; zijn werk combineert klassieke, ogenschijnlijke historische taferelen met raadselachtige, surrealistische elementen — bijvoorbeeld een figuur met drie benen of personen in onverwachte kostuums — waardoor kijkers vragen en associaties invullen. Van der Veer noemt de kunst “verhalend” en opmerkelijk toegankelijk.
Binnen de groep is de stijlbreedte groot: de zwart-witportretten van Sebastian Gögel roepen associaties op met expressionistische grafiek, Christoph Ruckhäberle werkt met cilindrische mensvormen die naar kubistische ideeën verwijzen, David Schnells fragmentarische ruimtelijkheid oogt hedendaags, en Gustav Sonntag vangt intieme, alledaagse momenten — een jongen in de bus met zijn telefoon — met haast documentaire scherpte. De kunstenaars delen vaak een opleiding of netwerk, maar geen vast manifest; invloed en samenwerking verlopen informeel.
De ligging in voormalig Oost-Duitsland is relevant: in de DDR bleef een op realisme geënte traditie langer dominant, waardoor conceptuele stromingen minder ingang vonden en de figuurlijke schilderkunst zo eigen vrijheden ontwikkelde. Die combinatie van ambachtelijke opleiding en artistieke vrijheid maakt Leipzig aantrekkelijk voor makers van binnen en buiten Duitsland; sommige kunstenaars werken zowel in Leipzig als bijvoorbeeld in Nederland.
De expositie bouwt voort op eerder acquisitiebeleid van voormalig conservator/directeur Harry Tupan, die de koppeling tussen Noord-Nederlandse figuratieven en Leipzig initieerde. Van der Veer wil met deze presentatie vooral hedendaagse, vaak jonge kunstenaars een platform bieden: “Het is kunst die naar buiten treedt,” zegt ze, en ze vatte de sfeer samen als rauw, kleurig en soms letterlijk “in your face.”
Praktisch: Hotspot Leipzig — Hoogtepunten uit de collectie is te zien in het Drents Museum, Brink 1, Assen, tot en met 5 april (di–zo 10.00–17.00).