Rapport: discriminerende taal online steeds 'normaler' door uitspraken van politici
In dit artikel:
Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam hebben miljoenen teksten uit 2014–2024 geanalyseerd en voor het eerst een verband vastgesteld tussen discriminerende uitspraken in de Tweede Kamer en daaropvolgende onlinediscriminatie. Het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van de sinds 2022 bestaande Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme, bekeek Kamer-toespraken en interrupties, krantenartikelen en reacties onder YouTube-video’s van Nederlandse media en bracht tijdsgebonden patronen in kaart.
De belangrijkste uitkomst: negatieve of discriminerende uitspraken van Kamerleden blijken een aanjagend effect te hebben op online uitingen; wanneer Kamerleden vaker of harder negatief spreken over bepaalde bevolkingsgroepen, volgen vergelijkbare reacties met name op sociale media. Dit effect is het sterkst voor moslims en joden; bij vrouwen en lhbti+-mensen is het minder duidelijk.
De commissie waarschuwt voor een mogelijke neerwaartse spiraal waarin discriminerende taal genormaliseerd raakt. Voorzitter Joyce Sylvester benadrukt dat “politici, journalisten, sociale mediaplatforms en gebruikers daarvan gezamenlijk verantwoordelijkheid” dragen voor een gelijkwaardig openbaar debat. De Staatscommissie omschrijft discriminatie als een diep verankerd en wijdverspreid probleem dat door steeds meer mensen wordt ervaren, en impliciet roept het onderzoek op tot actie van politieke actoren, media en platforms.