Raphaël Pichon hijst ongehoorde Rameau glorieus op het schild

zaterdag, 2 mei 2026 (13:20) - Trouw

In dit artikel:

Raphaël Pichon maakte vrijdagavond zijn debuut bij het Concertgebouworkest en zette het orkest in enkele repetities om tot een Frans-achtig opera-ensemble uit de achttiende eeuw. Centraal stond Jean‑Philippe Rameau — een tijdgenoot van Bach en Händel die twee eeuwen lang grotendeels buiten de schijnwerpers bleef — aangevuld met werken van Gluck en Rebel. Pichon, die Rameaus operarepertoire al met zijn ensemble Pygmalion uitvoerde en in 2018 het album Enfers uitbracht, verdedigde de ‘oncomfortabele’ vernieuwingen van de componist met groot gezag en overtuigingskracht.

Het orkest liet nieuwe klankkleuren horen: houten dwarsfluiten en piccolo’s (Emily Beynon, Vincent Cortvrint), zachte, vibratoloze celli, prikkelende hoorns en donkere fagotten; Alexander Janicek (gastconcertmeester, Orkest van de Achttiende Eeuw) nam de strijkers virtuoos mee. De theatrale opbouw voerde het publiek in anderhalf uur zonder pauze van de hel via de Elysese velden naar Olympus. Solisten Julie Roset (sopraan) en Stéphane Degout (bariton) blonken uit — Degouts Monstre affreux uit Dardanus en Rosets Viens, Hymen uit Les Indes galantes trokken veel bijval. Hoogtepunt was de Entrée de Polymnie uit Les Boréades, en ook een fragment uit het Requiem dat bij Rameaus begrafenis klonk maakte indruk. De voorstelling wordt zondagmiddag herhaald en live uitgezonden op NPO Klassiek.