Raoul Leering: staatssteun voor bedrijven zit vaak vol risico's voor de belastingbetaler

zondag, 14 juni 2026 (16:08) - De Telegraaf

In dit artikel:

De Nederlandse overheid trekt recent 360 miljoen euro extra uit voor een technologiefonds dat kapitaal moet bieden aan bedrijven in sectoren als nanotechnologie en chipontwikkeling. De maatregel roept de klassieke discussie over staatssteun op: is het verstandig belastinggeld te gebruiken om ondernemingen te ondersteunen, of leidt dat tot concurrentievervalsing en inefficiëntie?

Tegenstanders wijzen op neoliberale bezwaren: staatssteun kan bedrijven minder prikkelen tot efficiëntie en levenstechnisch zwakke ondernemingen kunstmatig in stand houden. Voorstanders erkennen echter uitzonderingen. Overheidshulp is verdedigbaar bij externe crises (bijv. natuurrampen of de coronapandemie) of wanneer bedrijven een systeemrelevante rol vervullen of cruciale kennis bevatten — denk aan banken tijdens de kredietcrisis of het noodpakket van Rutte III in de coronajaren.

Het stuk waarschuwt ook dat niet alle problemen reden zijn voor overheidsingrijpen: sommige risico’s, zoals valuta‑schommelingen die Fokker destijds troffen, hadden afgedekt kunnen worden door marktinstrumenten en vormen geen goede rechtvaardiging voor subsidie. Een belangrijke tegenwerping komt uit het internationale speelveld: onderzoek van de OESO toont dat China veel ruimhartiger staatssteun geeft (vooral via goedkope leningen), wat Europese bedrijven op achterstand zet en druk zet op regeringen om te compenseren — een ontwikkeling die economische efficiëntie verder kan ondermijnen.

De auteur stelt dat steun wel acceptabel is als er sprake is van marktfalen — bijvoorbeeld wanneer kapitaalmarkten tekortschieten of wanneer maatschappelijke baten (zoals technologische investeringen voor de energietransitie) niet in de marktprijs worden verdisconteerd. Bij het nieuwe fonds eist de overheid dat private beleggers meedoen en gezamenlijk viermaal zoveel kapitaal inbrengen, wat als kwaliteitscontrole fungeert maar geen absolute garantie op effectief gebruik van publiek geld biedt. Uiteindelijk is monitoring en latere evaluatie noodzakelijk om te beoordelen of deze investering terecht was.

Raoul Leering, macro-econoom.