Raoul Leering: Oliecrisis en loonmatiging gaan moeilijk samen

dinsdag, 28 april 2026 (13:54) - De Telegraaf

In dit artikel:

Regeringen wereldwijd, ook die van Nederland, nemen momenteel maatregelen om huishoudens en bedrijven te ontlasten nu de nieuwe oliecrisis de energierekeningen en productiekosten opdreef. Tegelijk roepen beleidsmakers en werkgeversorganisaties vaak op tot loonmatiging: lagere of gematigder loonsverhogingen zouden een loon-prijsspiraal moeten voorkomen die inflatie verder aanjaagt.

De kern van het debat is dat loonmatiging op korte termijn prijsstijgingen kan dempen en de concurrentiepositie van exporterende bedrijven beschermt. In Nederland speelt dat extra mee omdat hogere brandstof- en transportkosten de wereldhandel én de Nederlandse export kwetsbaar maken. Maar loonmatiging werkt niet automatisch: als koopkracht sterk daalt zonder gerichte compensatie, leidt dat tot maatschappelijke spanningen en kan consumptie zodanig terugvallen dat de economie verzwakt.

Belangrijke beleidskeuzes zijn nu welke steunmaatregelen te geven en hoe ze te richten. Breedweg twee wegen worden genoemd: generalistische maatregelen (bijv. tijdelijke subsidies of verlaging van accijnzen/ belasting op energie) versus gerichte hulp voor de meest kwetsbaren en voor bedrijven in sectoren met hoge energie-intensiteit. Onvoorzichtige, ruime inkomenssteun kan inflatoire druk versterken; te strikte loonmaatregelen zonder compensatie kunnen de binnenlandse vraag en levensstandaard ondermijnen.

Andere relevante instrumenten zijn fiscale steun voor energiebesparing en investeringen in efficiëntie, stimulering van de energietransitie om afhankelijkheid van olie te verminderen, en afstemming tussen regering, werkgevers en vakbonden om afspraken over reële lonen en productiviteit te maken. Ook de rol van centrale banken is cruciaal: zij moeten inflatie bestrijden zonder de groei te veel te schaden, wat de ruimte voor expansief beleid beperkt.

Kortom: het afwentelen van de kosten van de oliecrisis vraagt om een mix van gerichte compensatie, structurele investeringen in energie-efficiëntie en zorgvuldige loonafspraken. Alleen zo kunnen koopkracht worden beschermd, de economische concurrentiekracht behouden en het risico op langdurige inflatie of een economische dip worden beperkt.