Rangorde aanbrengen in misdaden tegen de menselijkheid is geen goed idee

maandag, 30 maart 2026 (16:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De Algemene Vergadering van de VN heeft recent een resolutie aangenomen die de trans-Atlantische slavenhandel als een van de ernstigste misdaden tegen de menselijkheid bestempelt. Hoewel zulke resoluties juridisch niet bindend zijn, fungeren ze als barometer van de wereldwijde publieke opinie en roepen ze politieke reacties op. De Verenigde Staten, Argentinië en Israël stemden tegen; de EU-lidstaten, Canada en Australië onthielden zich. Die tegenstemmen en onthoudingen worden door veel landen kritisch bekeken, deels omdat sommige van die staten zelf historisch bij de slavenhandel betrokken waren — Nederland hoort daarbij.

De resolutie onderstreept het immense menselijke leed van de slavenhandel tussen ca. 1500 en 1900, waarbij naar schatting twaalf miljoen Afrikanen werden weggevoerd, mishandeld en verhandeld. Veel landen werken inmiddels aan herstel: historisch onderzoek, teruggave van geroofd erfgoed, excuses en in enkele gevallen financiële compensatie. Tegelijkertijd speelt de reparatiediscussie een rol in de politieke aarzelingen: de verplichting tot herstelbetalingen schrikt sommige regeringen af.

Een wezenlijk twistpunt is de formulering die de slavernij als de “ergste” misdaad tegen de menselijkheid bestempelt. Critici waarschuwen dat het aanbrengen van een rangorde tussen atrocity’s het gevaar inhoudt dat andere massale misdaden — denk aan de Holocaust of de miljoenen slachtoffers van de Stalinterreur — relatieveering of bagatellisering in de hand werken. Conclusie van het stuk: erkenning en verzoening over het slavernijverleden zijn noodzakelijk en terecht, maar het is problematisch en politiek gevoelig om één historische misdaad strikt boven alle andere te plaatsen.