Rampenbestrijding faalt, een dier is geen bankstel
In dit artikel:
Rampenbestrijding in Nederland houdt nog te weinig rekening met dieren, ook al lijden die vaak zichtbaar wanneer mensen moeten evacueren. De recente gebeurtenissen in Utrecht, waarbij bewoners hun huizen verlieten en huisdieren achterbleven of op straat rondzwierven, maken een hardnekkige tekortkoming duidelijk: hulpdiensten, gemeenten en veiligheidsregio’s richten zich primair op mensen en materiële zaken, terwijl dierenals slachtoffers buiten beeld blijven.
De huidige aanpak is versnipperd en afhankelijk van vrijwilligers, tijdelijke acties en individuele goede wil. Organisaties als de Dierenbescherming signaleren al decennia het probleem; in 2024 werd stichting Dieren in Rampen opgericht om dieren structureel in crisisplannen te krijgen. Dat is een stap vooruit, maar geen duurzame systeemwijziging. Zolang dierenhulp niet vast verankerd is in officiële crisisstructuren blijven opvang, redding en zorg ad hoc en vaak te laat; soms mogen bewoners hun huis niet meer in om een huisdier te halen omdat hulpverleners formeel geen opdracht hebben om dieren in veiligheid te brengen.
Aangenomen oorzaken zijn onder meer een diepgewortelde antropocentrische blik en een juridische status van dieren als goederen, waardoor in evacuatiesituaties een hond juridisch weinig anders is dan een meubelstuk. Dat strookt niet met maatschappelijke realiteit: dieren voelen angst, stress en pijn, vormen emotionele banden met mensen en kunnen niet worden vervangen door materiële schadevergoedingen. Daarom pleit het betoog voor een veranderde morele en praktische aanpak: dierenbescherming moet geen bijzaak meer zijn maar een integraal onderdeel van rampenbeleid.
Concreet worden meerdere maatregelen voorgesteld: verankering van dierenhulp in crisisplannen van veiligheidsregio’s; standaard samenwerking tussen de gemeentelijke driehoek (burgemeester, politie, brandweer/hulpdiensten) en dierenbeschermingsorganisaties; heldere protocollen en bevoegdheden voor evacuatie en opvang van alle typen dieren (huisdieren, vee, wilde dieren); structurele oefening en voorbereiding; en crisiscommunicatie die bewoners informeert over het meenemen en voorbereiden van dieren. Ook is juridische hervorming nodig zodat dieren niet meer louter als goederen worden behandeld.
De kernboodschap is zowel praktisch als ethisch: wie rampen serieus neemt moet erkennen dat bescherming niet stopt bij de menselijke soort. Een samenleving toont in crises haar empathie en verantwoordelijkheid; dat vraagt nu om beleidskeuzes, wettelijke verankering en een mentaliteitsomslag ten aanzien van levende wezens die afhankelijk zijn van menselijk handelen.