Raffinaderij Curaçao veranderde van kloppend hart in schroothoop
In dit artikel:
Op Curaçao speelt de toekomst van de ooit dominante Isla-raffinaderij nog steeds: gesloten sinds 2019, met roestende installaties en een verdeeld eiland dat zoekt naar nieuw economisch evenwicht tussen werkgelegenheid en schone lucht. Minister-president Gilmar Pisas maakte recent helder dat heropening geen optie is; de raffinaderij kan volgens hem niet meer voldoen aan internationale kwaliteitseisen en aan de vanaf 2025 geldende strengere milieu- en luchtkwaliteitsnormen.
Historisch was de raffinaderij van Shell (geopend in 1918) — later beheerd door Venezuela’s PDVSA na Shells vertrek in 1985 — een regionale werkgever en strategisch knooppunt. Door jarenlange onderinvestering en zware vervuiling verslechterde de staat van de installaties, en sluiting volgde. Pogingen om een nieuwe exploitant te vinden liepen stuk; zelfs buitenlandse partijen, waaronder Chinese investeerders, toonden geen interesse. Deskundigen wijzen erop dat het raffineren van ultrazware, zwavelrijke Venezolaanse olie kostbaar en onrendabel is bij de huidige marktprijzen.
In plaats van raffinage richt Curaçao de pijlen op andere maritieme activiteiten en opslag. De overheid en havenautoriteiten zetten in op heractivering van de Bullenbaai-terminal — een opslagcapaciteit van bijna 20 miljoen vaten en toegankelijk voor mammoettankers. Dat trekt wel interesse vanuit de Verenigde Staten; de eerste tankers zijn al gelost. Dergelijke activiteiten genereren haveninkomsten en werk voor loodsen, sleepboten, scheepsagenten en bevoorrading. Humberto de Castro (CPA) en maritieme ondernemers zoals Sujit Mathoera zien kansen voor reparatie- en droogdokwerk, zeker als sancties tegen Venezuela ooit versoepelen en schepen herkeuring nodig hebben.
Tegelijkertijd heeft de toerismesector, met investeringen van spelers als Corendon, TUI en Marriott, deels de economische klap opgevangen en lobbyt fel tegen heropening vanwege zorgen over luchtvervuiling en imago. Lokale meningen zijn verdeeld: sommigen vrezen gezondheidsschade en willen duurzame alternatieven, anderen benadrukken het belang van banen en pleiten voor renovatie van de raffinaderij.
Aruba liep een vergelijkbaar pad en sloot zijn raffinaderij al in 2012; daar ondersteunt Nederland de ontmanteling financieel. Curaçao zal ook kosten voor de sanering en afhandeling moeten incalculeren terwijl het eiland zoekt naar alternatieve economische paden die zowel werkgelegenheid als milieuveiligheid beter in balans brengen.