Rafelranden in Amsterdam-Noord in de verdrukking: 'Zonder deze plekken word je een soort Almere. Dat is een keuze'

zondag, 22 februari 2026 (07:31) - Het Parool

In dit artikel:

Amsterdam-Noord verandert snel: waar in 2010 nog zo’n 86.000 mensen woonden, verwacht de stad tegen 2040 rond de 140.000 inwoners. Die groeidruk zet zogenoemde rafelranden — kleinschalige, vaak tijdelijke bewonersinitiatieven die het stadsdeel kleur en levendigheid geven — steeds meer onder druk. Fotografen en buurtactivisten zoals Coen Dijkstra en organisator Bart Verbunt brachten vorig jaar veertien van die plekken samen in de expositie Wat niet mag wijken om aandacht te vragen voor hun voortbestaan. Bekende voorbeelden zijn De Ceuvel (circulair broedplaats), NoordOogst (stadslandbouw met bedrijven en sport), De Lokatie, De Verbroederij, Het Groene Veld en De Rietwijker; jazzpodium De Ruimte bestaat inmiddels niet meer.

De kern van het conflict is simpel: veel initiatieven begonnen tijdelijk, met korte huurcontracten op vrijgekomen of braakliggende plekken. Nu die grond schaars en lucratief wordt voor woningbouw en sportvelden, moeten ze wijken of worden ingeperkt. NoordOogst kreeg recent vijf jaar extra op het oude sportpark, maar moet volgend jaar al de helft van het terrein vrijmaken voor nieuwe sportvelden — een tegenstrijdige uitkomst waarvoor een petitie met 4.552 handtekeningen werd aangeboden bij het stadsdeelkantoor.

Stadsdeelbestuurder Esther Lagendijk erkent zowel de kwetsbaarheid als de waarde van die rafelranden. Ze staat open voor hybride oplossingen — bijvoorbeeld een park waar sport, stadslandbouw en publieke voorzieningen samengaan — en wil mogelijkheden voor stadslandbouw in kaart brengen. Tegelijk waakt het stadsdeel voor valse verwachtingen: tijdelijkheid is vaak bewust ingezet en ruimte in Noord is beperkt, zei het bestuur eerder.

Dijkstra en andere activisten vinden dat de gemeente bij gebiedsontwikkeling expliciet ruimte moet reserveren voor dit soort niet-commerciële ontmoetingsplekken, in plaats van pas later te moeten vechten voor behoud. Zij pleiten voor een gezamenlijke stem van bedreigde initiatieven, en Dijkstra ziet ook economische en sociale waarde in het vasthouden aan diversiteit.

Sociaal geograaf Wouter van Gent plaatst de discussie in een breder kader: zulke initiatieven ontstaan vaak via gentrificatie — creatieve, relatief arme plekken trekken nieuwe bewoners aan en worden vervolgens opgewaardeerd. Dat maakt het lastig objectief te besluiten welke initiatieven permanent moeten blijven. Verlies van rafelranden betekent volgens hem vaak ook verlies aan verrassingen en sociale diversiteit, maar de charme van tijdelijke projecten mag niet onderschat worden. Uiteindelijk is het een politieke afweging of en welke plekken een vaste plek krijgen.

Praktische voorbeelden illustreren de spanning: De Ceuvel, een zichtbaar en populair voorbeeld van hergebruik en ecologische innovatie, wacht nog op een gemeentelijke aanbestedingsuitkomst; medeoprichter Toon Maassen pleit voor een uitzondering zodat De Ceuvel haar pioniersrol kan voortzetten. Maassen wijst ook op een sociaal-economische ironie: nieuwe bewoners profiteerden vaak het meest van de aantrekkingskracht die deze rafelranden creëerden, terwijl de initiatieven zelf geen deel hebben in de waardestijging van de buurt.

Kortom: Amsterdam-Noord staat voor een keuze tussen maximale woning- en sportvoorziening enerzijds en het behouden van culturele, sociale en ecologische rafelranden anderzijds. De oplossing vraagt bewust gemeentebeleid, politieke keuzes en mogelijk creatieve combinaties van functies om zowel groei als diversiteit te dienen.