Raad voor Cultuur: 'Artistieke vrijheid Nederland onder druk, zie Bob Vylan, Douwe Bob en Trump'

dinsdag, 20 januari 2026 (11:42) - GeenStijl

In dit artikel:

De Raad voor Cultuur dringt er in het advies Maken (z)onder druk op aan dat de overheid artistieke vrijheid steviger moet beschermen. De columnist betwist echter dat de concrete voorbeelden in het advies aantonen dat die vrijheid in Nederland wezenlijk wordt aangetast; volgens hem zijn ze vaak misplaatst of overgeëxtrapoleerd.

De zaak rond Bob Vylan en Paradiso wordt door de Raad opgevoerd als tekenend voor druk op makers. In werkelijkheid liep het — zo stelt de columnist — anders: Paradiso kreeg weliswaar te maken met bekladding en logistieke problemen rondom de tour, maar het concert ging uiteindelijk door en de instelling bleef achter haar programmering staan. Het Openbaar Ministerie concludeerde bovendien dat de uitspraken van de muzikant niet strafbaar waren. Of teksten als “Death to the IDF” artistiek wenselijk zijn, is een morele vraag, geen sluitend bewijs van systematische inperking van vrijheid.

Ook de situatie met Boom Chicago en de Israëlisch-Joodse cabaretier Yohai (Yohay) Sponder wordt kritisch behandeld. Toen in januari 2025 weinig podia hem wilden programmeren, leidde een annulering tot bedreigingen van beide kanten en tot verwarring over wie slachtoffer was. Sponder kon uiteindelijk, nadat onder anderen Claudia de Breij zich ermee bemoeid had, in Amstelveen optreden. De columnist vindt dat deze casus eerder de ingewikkeldheid van publiekelijk conflict en veiligheidszorgen toont dan een voorbeeld van overheid of samenleving die artistieke expressie structureel onderdrukt.

De controverse rond Douwe Bob wordt als voorbeeld gebruikt door de Raad, maar volgens de schrijver toont die vooral aan dat artiesten zichzelf kunnen terugtrekken onder druk van publieke verontwaardiging — en dat politici zoals Dilan Yesilgöz daar politieke schade van kunnen ondervinden. Het debat hierover is volgens hem eerder een uiting van democratische verhoudingen en sociale tegenreacties dan van censuur door instituties.

Tenslotte betrekt de Raad internationaal voorbeeld Trump om een ‘internationale context’ te schetsen; de columnist vindt die vergelijking op zijn minst misplaatst voor de Nederlandse realiteit. Hij wijst er ook op dat wanneer de Raad Lale Gül noemt, het relevanter zou zijn om de concrete reden van de bedreigingen bij haar te noemen.

Kernpunt van de kritiek: het beschermen van artistieke vrijheid is terecht, maar het kiezen van zwakke, dubieuze of slecht vergelijkbare voorbeelden verzwakt de noodkreet van de Raad in plaats van die te versterken.