Raad van State: belastingverhoging kabinet-Jetten onevenwichtig en ambtenarenbezuiniging onzeker
In dit artikel:
De Raad van State heeft dinsdagmiddag scherpe vragen geplaatst bij het kabinet over de voorgenomen extra bezuiniging van uiteindelijk 1 miljard euro op het ambtenarenapparaat. In Paleis Kneuterdijk in Den Haag zei staatsraad Richard van Zwol dat het schrappen op rijksfuncties begrijpelijk is gezien de sterke stijging van die uitgaven, maar dat het kabinet eerst met een concreet, inhoudelijk plan moet komen: "Maak een duidelijk inhoudelijk plan."
De waarschuwing komt bovenop een eerder besparingspakket van het kabinet-Schoof dat eveneens 1 miljard moest opleveren. Omdat de plannen nog te vager zijn, twijfelt de Raad of het beoogde bedrag daadwerkelijk kan worden bereikt. Dat risico combineert met aanhoudende kritiek uit Tweede en Eerste Kamer op andere bezuinigingen, waardoor minister van Financiën Eelco Heinen mogelijk met een begrotingsgat van miljarden te maken krijgt.
Het advies werd gepubliceerd op dezelfde dag dat rijksambtenaren in het hele land staakten tegen maatregelen als de nullijn (geen loonstijging noch inflatiecorrectie). Door de staking vergaderde de Tweede Kamer niet en vonden demonstraties plaats in onder meer Amsterdam, Groningen en Maastricht.
De Raad plaatst de kabinetskeuzes in een bredere context: het kabinet probeert kostenstijgingen door vergrijzing en problematiek zoals stikstof te beheersen, maar op middellange en lange termijn ziet de Raad de uitgaven te snel oplopen. Hoewel Nederland nu binnen Europese grenzen van staatsschuld en begrotingstekort blijft, is dat volgens het advies deels toe te schrijven aan selectief gebruik van de gunstigste cijfers van het Centraal Planbureau en de Europese Commissie — iets wat in strijd is met de afspraak om alleen CPB-gegevens te hanteren.
Verder wijst de Raad op een scheve verdeling van lastenverzwaringen: maatregelen die vooral werkende inkomens treffen, terwijl vermogen grotendeels wordt ontzien. Dat kan economische verstoringen en verminderd draagvlak voor belastingmaatregelen veroorzaken. Ook raamt de Raad opnieuw mogelijkheden voor bezuinigingen via het schrappen of herzien van fiscale regelingen die in evaluaties slecht uitpakten — bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek — en dringt aan op heroverweging van dergelijke posten.