Raad van State: Amsterdamse die met drie kinderen op 32 m2 woont, krijgt terecht geen voorrang op sociale huurwoning
In dit artikel:
De Raad van State heeft een Amsterdamse vrouw geen gelijk gegeven in haar poging om met spoed een sociale huurwoning te krijgen. Zij woonde met haar kind in een kamer van 32 vierkante meter en kreeg later nog twee kinderen, maar volgens de hoogste bestuursrechter levert dat in Amsterdam op zichzelf geen urgentie op. De gemeente mocht haar aanvraag daarom afwijzen, mede omdat de stad kampt met grote schaarste aan sociale huurwoningen.
De vrouw had in november 2025 een urgentieverklaring aangevraagd, omdat zij door de kleine woning last zegt te hebben van slaapproblemen en psychische klachten. De Raad van State oordeelde echter dat zij niet voldeed aan de medische eisen uit de Huisvestingsverordening 2024. Voor medische urgentie moet iemand op het moment van de aanvraag al minstens zes maanden onder behandeling zijn bij de ggz of een psychiater. Uit de overgelegde stukken bleek wel dat zij eerder zorg had gehad, maar niet dat sprake was van blijvende, ernstige psychische problemen.
Ook vond de Raad van State dat de woonsituatie deels vermijdbaar was, omdat de vrouw wist dat de woning al zeer klein was toen zij daarna nog twee kinderen kreeg. Wel kreeg zij op één onderdeel gelijk: de gemeente had niet mogen meewegen dat haar echtgenoot niet in Amsterdam stond ingeschreven, omdat zij kon aantonen dat er toen een echtscheidingsprocedure liep.
De Oranjezomer: Bas Nijhuis kan niet geloven wat Ben van der Burg voorstelt: 'Moet je horen wat je zegt, joh!'