PwC: Nederlandse bedrijven kunnen kostenverhoging niet meer doorberekenen, winstmarges staan onder druk
In dit artikel:
Een recente PwC-studie waarschuwt dat Nederlandse bedrijven de huidige energieprijsstijgingen veel minder gemakkelijk kunnen doorberekenen dan tijdens de prijscrisis van 2022 na de inval in Oekraïne. De nieuwe schok — versneld door de blokkade van de Straat van Hormuz — drukt sterker op continuïteit en investeringsruimte in Nederland dan in veel andere landen, aldus hoofdeconoom Barbara Baarsma.
De adviseur berekende dat vooral energie-intensieve bedrijven geconfronteerd worden met flinke kostenstijgingen: variabele kosten kunnen oplopen met 8 tot 48 procent afhankelijk van de sector. Specifiek gaat het om circa +48% in de aardolie-industrie, +28% bij energiebedrijven en +11% in de basismetaalindustrie. Door de hogere kosten en beperkte doorberekeningsmogelijkheden krimpen winstmarges; in veel sectoren met al smalle marges kan dat leiden tot verliezen. PwC noemt dalingen van 4–10 procentpunt in onder meer energie, basismetaal en landbouw, en 13–30 procentpunt mogelijk in de oliebranche. Ook transport, luchtvaart, horeca en onderwijs- en sportinstellingen voelen de druk.
Sinds 2022 is het Nederlandse gasverbruik ongeveer 25% gedaald, mede door investeringen in isolatie, warmtepompen en procesoptimalisatie, waardoor extra besparingen nu moeilijker te behalen zijn. Tegelijkertijd werkt er minder steun in de economie dan in 2022: rente ligt hoger, overheidsruimte is beperkter en consumenten stellen uitgaven eerder uit.
Hoewel meer LNG-capaciteit en hernieuwbare elektriciteit de levering hebben gediversifieerd, blijft de markt kwetsbaar. PwC adviseert bedrijven niet te rekenen op nieuwe steun, maar zelf maatregelen te nemen en besluiten te baseren op meerdere scenario’s om weerbaarder te worden tegen aanhoudende prijsonzekerheid.