Pubquizzen, paaseitjes en een verdwenen 'yes we can'-gevoel. Hoe het kabinet-Jetten naar zichzelf kijkt
In dit artikel:
Minister-president Rob Jetten probeert met zijn kabinet van D66, VVD en CDA na het mislukte rechtse kabinet-Schoof een nieuw politiek experiment overeind te houden, maar de praktijk blijkt lastiger dan gehoopt. Hoewel de onderlinge sfeer in de ministerraad volgens betrokkenen opvallend goed is — met pubquizzen, sportclubjes en zelfs een barbecue — worstelt het kabinet in Den Haag dagelijks met het vinden van meerderheden in Tweede en Eerste Kamer.
Het grootste struikelblok is dat de coalitie geen eigen meerderheid heeft en voor vrijwel elk voorstel steun van oppositiepartijen nodig heeft. Dat leidt tot moeizame onderhandelingen, hogere politieke prijskaartjes en veel wantrouwen, vooral richting de VVD, die volgens D66 en CDA nog altijd de houding heeft van een ervaren regeringspartij, maar tegelijk gehard is geraakt door eerdere samenwerking met PVV en BBB. Andersom vinden VVD’ers dat hun coalitiegenoten te idealistisch naar de politiek kijken.
De eerste maanden leverden al meerdere pijnlijke momenten op. Een asielwet werd in de Eerste Kamer weggestemd, en rond de begroting van minister Sjoerd Sjoerdsma liep het mis door de discussie over steun aan VN-hulporganisatie UNRWA. Ook bezuinigingsplannen op AOW, zorg en sociale zekerheid roepen veel weerstand op, onder meer bij oppositiepartij Pro en de vakbonden.
Toch zijn er ook kleine successen. Zo kreeg het kabinet steun voor stikstofplannen en werd een voorstel over het cellentekort aangenomen. De komende maanden worden cruciaal: bij de eerste echte begrotingen moet blijken of Jettens minderheidskabinet met tijdelijke steun van de oppositie kan blijven bestaan, of alsnog strandt zoals zijn voorganger.
De Oranjezomer: Merel van Dongen na uitspraken Pierre van Hooijdonk: 'Hij heeft een vuurtje in mij aangewakkerd!'