Psychische hulp bij huisartspraktijk doet niet waar die voor is bedoeld
In dit artikel:
Onderzoek van Roger Prudon (Lancaster University) toont aan dat de inzet van praktijkondersteuners geestelijke gezondheidszorg in huisartsenpraktijken (POH-ggz) op de lange termijn weinig oplevert voor de doelstellingen waarvoor ze in 2008 werden ingevoerd. Hoewel jaarlijks zo’n 600.000 Nederlanders worden gezien door meer dan 3.000 POH-ggz’ers en de regeling ongeveer 360 miljoen euro per jaar kost (ruim 5% van het ggz-budget), blijkt de aanpak de druk op de reguliere ggz niet te verlagen, verbetert zij de mentale gezondheid op lange termijn niet en voorkomt zij geen uitval op het werk. Volgens Prudon is “het enige doel dat wel is bereikt dat meer mensen worden behandeld dan vroeger.”
Prudon analyseerde meerdere datasets, in totaal gegevens van circa 900.000 Nederlanders, waaronder CBS-enquêtes waarin mensen elke vier jaar hun algemene en mentale gezondheid en eenzaamheid beoordelen. Vier jaar na POH-ggz-contact werden slechts verwaarloosbare verbeteringen gerapporteerd — te klein om van een betekenisvol effect te spreken. Ook werpt de POH-ggz als zogenaamde overbruggingszorg (ongeveer 1 op de 5 patiënten gebruikt de POH terwijl men op een wachtlijst voor basis- of specialistische ggz staat) geen voordeel op: wanneer deze patiënten later in de reguliere ggz terechtkomen, is hun situatie niet beter dan die van wachtenden die geen POH-ggz hadden.
Andere onafhankelijke onderzoekers, zoals gezondheidseconoom Bram Wouterse (Radboud Universiteit), vinden Prudons methode grondig en concluderen dat de landelijke doelen niet worden gehaald, hoewel de POH-ggz mogelijk wel voor sommige mensen en op korte termijn nuttig kan zijn. Wouterse waarschuwt ook voor het bredere patroon waarin extra geld leidt tot het aannemen van praktijkondersteuners zonder dat duidelijk is wat het effect daarvan is.
De Huisartsenvereniging LHV, de NVvPO en de Landelijke Vereniging POH-GGZ hebben nog geen inhoudelijke reactie gegeven en willen zich eerst verdiepen in de wetenschappelijke onderbouwing van het onderzoek. Prudon stelt dat de resultaten aanleiding geven tot een stevige evaluatie van de besteding; mogelijk zou het beschikbare budget effectiever inzetbaar zijn binnen de reguliere ggz.