Psychiater Esther van Fenema: Ik vind dat psychiaters wel erg op de kansel zijn gaan staan
In dit artikel:
Esther van Fenema, 55-jarige psychiater en auteur, zegt zich haar hele leven als buitenstaander te hebben gevoeld — een patroon dat terug te voeren is op een strenge, sektarische christelijke opvoeding. Het interview vindt plaats in haar sobere praktijk in Doorn, een plek waar ze zich soms meer zichzelf voelt dan thuis. Pas na haar veertigste trouwde ze met weduwnaar Olaf Stuger en werd ze stiefmoeder van drie kinderen; dat gezinsleven ervaart ze als zowel ontroerend als confronterend en blijvend een leercurve.
Haar jeugd kenmerkte zich door strikte regels over religie, kleding, voeding en cultuur, en door een wisselend kerkbezoek tussen verschillende denominaties. Daardoor ontwikkelde ze vroeg twijfel bij begrippen als zonde en het vereiste geloof in Jezus; die zwart-witlogica leidde voor haar tot gevoelens van uitsluiting. Later herzag ze haar geloofsbeleving: na gesprekken met denkers en het schrijven van het boek De leegte voorbij (met predikant Joost Röselaers) vond ze ruimte voor een persoonlijkere, minder orthodoxe spiritualiteit. Ze zegt nu bidden en een gevoel van transcendentie te waarderen, ook al blijft de precieze voorstelling van God onduidelijk voor haar.
Op haar veertigste kreeg Van Fenema borstkanker. De confrontatie met ernstige ziekte bracht rust en een besef van verbondenheid met het grotere geheel, los van expliciet godsbesef. Daarnaast ontdekte ze op haar vijftiende dat ze Joods is; sinds 7 oktober 2023 (de escalatie in Israël en de daaropvolgende internationale reacties) merkt ze een sterke, bijna instinctieve groepssolidariteit met Joodse mensen, iets dat haar verbaast en raakt.
Als schrijver en opiniemaker analyseert Van Fenema maatschappelijke problemen: in Het verlaten individu bekritiseert ze het hedendaagse streven naar persoonlijk geluk en individualisme, dat volgens haar leidt tot vervreemding en verzwakte gemeenschapszin. Ze pleit voor een “2.0-versie” van religieuze of verbindende verhalen waarvan traditie en transcendentie de bouwstenen zijn, zonder per se iedereen terug de kerk in te willen dringen. Haar blik is conservatief in bepaalde opzichten, maar sociaal en zorgzaam in andere; ze verzet zich tegen eenvoudige politieke etiketten.
Haar publieke rol als psychiater in de media ervaart ze als ambivalent. Ze wil bijdragen aan verdieping in het maatschappelijk debat, maar waakt ervoor te veranderen in een “seculiere dominee”: psychiaters moeten volgens haar geen verheerlijkers van quick-fixes zijn, maar deskundigen die spiegelen wat er in de samenleving gebeurt en mensen naar passende hulp verwijzen. Van Fenema is zichtbaar in kranten, op tv en in columns; dat levert erkenning op maar ook kritiek en soms haatreacties, vooral wanneer uitspraken in het verleden — zoals opmerkingen over nieuwkomers — autoritair of stereotyperend werden opgevat. Ze zegt dat sommige uitspraken uit vroeger tijd niet goed waren en nu voorzichtiger zou formuleren.
Politiek heeft ze een ongewone positie: ze is getrouwd met oud-PVV-Europarlementariër Olaf Stuger en richtte in 2019 kortstondig de partij NLBeter op. Desondanks benadrukt ze dat haar overtuigingen niet eenvoudig op een links-rechts-as zijn te vangen. Over de huidige coalitievorming is ze terughoudend: ze maakt zich zorgen of er genoeg aandacht zal zijn voor sociale veerkracht naast geopolitieke en defensiegerelateerde prioriteiten.
Persoonlijk blijft Van Fenema een gereserveerd mens: haar werk als therapeut is intens en kost energie, waardoor ze sociale gelegenheden en netwerkborrels vermijdt. De rol van buitenstaander voelt deels als litteken uit het verleden, maar ook als iets met romantische kanten; ze kan tegelijk verlangen naar verbondenheid en behoefte hebben aan autonomie. Het contact met haar ouders, dat ooit verbroken was vanwege wat ze in de media vertelde over haar jeugd, is inmiddels hervat in een voorzichtige, rustige vorm.
Kort gezegd: Van Fenema combineert klinische kennis met maatschappijkritische reflectie, een ambivalente geloofsverhouding en een persoonlijk leven dat door ziekte, familiegeschiedenis en politieke associaties complex is geworden. Ze zoekt naar manieren om individuele psychische zorg te koppelen aan bredere vormen van sociale verbinding, zonder eenvoudige oplossingen of moralistische voorschriften.