Profielwerkstuk moet op de schop, want anders maakt 'mama ChatGPT' het
In dit artikel:
Onmiddellijke toegang tot krachtige tekst‑AI zoals ChatGPT doet het traditionele profielwerkstuk op de middelbare school wankelen. Met 90.090 havo- en vwo-leerlingen die vrijdag aan de centrale schriftelijke eindexamens beginnen, speelt het profielwerkstuk nog altijd mee in de zak/slaag‑berekening. Maar onderzoekers, docenten en belangenorganisaties zeggen tegen NU.nl dat de huidige opzet kwetsbaar is voor misbruik: leerlingen kunnen met generatieve AI vrijwel alle onderdelen uitbesteden — van informatie verzamelen tot het schrijven en controleren — waardoor onduidelijk wordt wat ze werkelijk hebben geleerd.
Betrokkenen zijn het erover eens dat het grote eindproject op zich waarde heeft, maar dat de uitvoering moet veranderen. Volgens docenten en onderzoekers moet de nadruk verschuiven van het eindproduct (het geschreven verslag) naar het leerproces: vaker tussentijdse checks, vragen naar bronnen en gebruikte tools, en verantwoording over keuzes om te zien of leerlingen echt zelfstandig denken. Scholierenorganisatie LAKS erkent dat AI handig kan zijn, maar waarschuwt ook dat grootschalig gebruik het leerproces ondermijnt.
Praktische alternatieven die genoemd worden: meer hands‑on opdrachten (bijvoorbeeld een maquette, toneelstuk of proefopstelling) of projecten waarbij AI wel mag helpen ontwerpen maar het fysieke of uitvoerende werk door de leerling zelf gedaan moet worden. Felienne Hermans meldt dat haar school het profielwerkstuk volgend schooljaar al zal veranderen richting meer fysieke en praktische taken, om fraude met AI minder aantrekkelijk te maken en het project leuker en zinvoller te laten zijn.
Het wettelijk kader dwingt scholen niet tot een vaste vorm: de Onderwijswet vereist alleen een "werkstuk" waarin kennis en vaardigheden worden toegepast, waardoor scholen vrij zijn hun eigen AI‑bestendige modellen te ontwikkelen. Wel waarschuwen experts tegen het verbieden van AI of het inzetten van AI‑detectoren: die leiden vaak tot vals‑positieven en verschuiven de aandacht terug naar controle van het eindproduct in plaats van naar begeleiding.
Een praktisch knelpunt blijft de beschikbare begeleidingstijd: leraren krijgen doorgaans slechts ongeveer twee uur aan begeleiding per profielwerkstuk, terwijl leerlingen tientallen tot honderden uren aan hun project besteden. Verhoogde monitoring en procesgerichte begeleiding vergen extra tijd en middelen, een uitdaging die niet eenvoudig is op te lossen. Samenvattend: het profielwerkstuk moet niet verdwijnen, maar de vorm en begeleiding moeten worden aangepast zodat het eignelijke leren centraal staat en misbruik met AI wordt tegengegaan.