PRO, D66 en Denk: Amsterdam moet helpen bij wederopbouw Palestijnse gebieden
In dit artikel:
PRO Amsterdam, D66 en Denk leggen een pakket van dertien maatregelen voor aan de Amsterdamse gemeenteraad om de rol van de stad ten aanzien van Palestijns gebied te onderzoeken en bedrijven die zouden profiteren van de bezetting onder druk te zetten. Het voorstel wordt donderdag in de raad besproken; de drie partijen hebben samen een meerderheid, waardoor aanneming waarschijnlijk is.
Een kernpunt is dat Amsterdam formeel moet verklaren dat institutionele samenwerkingen met bedrijven die actief zijn in bezet Palestijns gebied ongewenst en onethisch zijn. Daarbij noemen de indieners onder meer namen die op een VN-lijst voorkomen, zoals Booking.com, Airbnb en Expedia. De gemeente moet dit standpunt ook uitdragen naar bedrijven, culturele en sportinstellingen en onderwijsinstellingen.
Het gemeentelijke inkoopbeleid moet volgens het voorstel worden herzien: mensenrechten dienen leidend te zijn en bij risicovolle aanbestedingen moet Amsterdam controleren of partijen voorkomen in VN-databases of in het rapport Don’t Buy Into Occupation (een inventarisatie van door activistische ngo’s samengestelde lijsten). Amsterdam besteedt jaarlijks ongeveer 3,1 miljard euro en de indieners zien daarin een instrument om invloed uit te oefenen.
Daarnaast willen de partijen onderzoek naar hoe Amsterdam kan bijdragen aan wederopbouw in Palestijns gebied, onder meer door samenwerking met VNG International en met Ramallah als voorbeeld van een mogelijke partnerstad. In het voorstel staat dat de gemeente niet zelfstandig grootschalig geweld kan stoppen, maar wel moet doen wat in haar macht ligt om indirecte betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen te voorkomen.
De plannen overlappen deels met het Amsterdam Palestina Referendum-initiatief — vooral qua meer transparantie en strengere regels richting bedrijven — maar een eerder beoogd referendum ging niet door omdat het grotendeels onder buitenlands beleid valt. Niet alle eisen van de initiatiefnemers zijn overgenomen: er is geen expliciet verzoek om onderwijsinstellingen alle banden met Israëlische universiteiten te verbreken, noch om alle gemeentelijke relaties met Israëlische instellingen en lobbygroepen te beëindigen.