Prinsjesdag? Iedereen is een hedonistische aristocraat
In dit artikel:
De auteur stelt voor Prinsjesdag voortaan “Prinsen-en-Prinsessendag” te noemen. De jaarlijkse ceremonie rond koning, hoeden en plechtige toespraken ziet hij als theater, maar ook als symbool voor een bredere ontwikkeling: dankzij industrialisatie, socialisme en de consumptiemaatschappij is het comfortabele leven dat ooit was voorbehouden aan de aristocratie voor een groot deel gemeengoed geworden.
Waar adel vroeger beschikte over veel kleding, personeel, goed voedsel, ruime woningen, medische zorg, vervoer, onderwijs, kunst, verwarming, muziek, vakanties en sport, hebben de meeste Nederlanders tegenwoordig toegang tot vergelijkbare voorzieningen. Dat geldt volgens de auteur zelfs relatief vaak voor mensen die arm worden genoemd, al benadrukt hij dat armoede een betrekkelijk begrip is en dat dakloosheid, energiearmoede en gebrekkige toegang tot voorzieningen wel degelijk bestaan. Ook noemt hij de slechte taal- en rekenvaardigheid van veel Nederlandse kinderen als belangrijke uitzondering op de algemene vooruitgang.
De democratisering van deze aristocratische levensstijl heeft volgens de auteur niet alleen geleid tot meer welvaart, maar ook tot een mentaliteit waarin mensen die voorzieningen als vanzelfsprekend beschouwen. Kleding, kant-en-klare maaltijden, consumentengoederen, zorg, onderwijs, amusement, reizen en vervoer worden gezien als verworven rechten. De auteur vergelijkt dat met de historische levenswijze van de adel, die haar luxe financierde met inkomsten uit bezit en arbeid, maar ook met uitbuiting en schulden.
Ook moderne consumenten zouden hun levensstandaard deels op vergelijkbare manieren bekostigen. Producten worden vaak goedkoop gemaakt door slecht betaalde arbeiders in andere landen. Daarnaast leven veel huishoudens met schulden. Volgens de aangehaalde CBS-cijfers bedroeg de gemiddelde huishoudschuld in 2023 €122.500, inclusief hypotheken, studieschulden en andere leningen. Bij huishoudens met een hoofdkostwinner van 45 tot 55 jaar lag het gemiddelde op €189.000. Omgerekend naar alle inwoners kwam de schuld op 1 januari 2024 neer op ongeveer €56.600 per persoon, waarbij ook kinderen en mensen zonder schuld zijn meegerekend. Tegelijk had 53 procent van de huishoudens in 2024 geen hypotheekschuld en had 91 procent geen studieschuld.
De derde financieringsbron is volgens de auteur de overheid. Ongeveer een kwart van de bevolking ontvangt een vorm van uitkering, zoals AOW, bijstand, werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Hij vindt zulke voorzieningen op zichzelf verdedigbaar, maar waarschuwt dat burgers zich onvoldoende realiseren wat ze de samenleving kosten. Omdat de staat onvoldoende inkomsten heeft om alle uitgaven te dekken, moet hij lenen. Het begrotingstekort zou ongeveer €25 miljard bedragen in 2025 en naar verwachting €35,5 miljard in 2026. De rente op de staatsschuld zou in 2026 oplopen tot €10,7 miljard.
Daarbij verwijst de auteur naar econoom Harry ter Rele van het Centraal Planbureau, die in 1997 waarschuwde voor de financiële gevolgen van vergrijzing en pleitte voor langdurige begrotingsoverschotten. Sindsdien zijn volgens de auteur ook migratie en de groei van de bevolking factoren die de houdbaarheid van de collectieve voorzieningen ingewikkelder maken.
De kern van het betoog is dat de moderne welvaart niet vanzelfsprekend en mogelijk financieel kwetsbaar is. Een economische crisis, oplopende schulden of onvoldoende overheidsinkomsten kunnen de comfortabele levensstijl snel onder druk zetten. Toch willen burgers volgens de auteur hun consumptie, vakanties, zorg, warme woning en andere verworvenheden nauwelijks opgeven. Terwijl zij tijdens Prinsjesdag naar de uiterlijke pracht van het koningshuis en bestuurders kijken, zouden diezelfde bestuurders hen volgens hem — ondanks hun goede bedoelingen — richting een sociaal-economisch risico leiden.
Vandaag Inside: Samuel Welten doet imitatie van Donald Trump bij Vandaag Inside: ‘It’s gonna be huge!’