Pride Amsterdam draait al 30 jaar om feest, zichtbaarheid en de broodnodige solidariteit: 'Helaas heeft ons boek meer urgentie gekregen'
In dit artikel:
Het boek Tussen feest en protest laat zien hoe Pride Amsterdam in dertig jaar veranderde van een kleinschalig initiatief in een groot stedelijk evenement, maar ook altijd een podium bleef voor emancipatie. Journalisten Menno Sedee en Michiel Klaassen spraken voor het boek met ruim 150 betrokkenen, van bekende Nederlanders tot mensen met persoonlijke verhalen over uitsluiting, zichtbaarheid en acceptatie.
De eerste botenparade in 1996 was nog vooral bedoeld als feestelijke promotie voor de stad en de Gay Games van 1998. Protestuitingen waren toen niet welkom. Toch groeide Pride al snel uit tot meer dan een feest. Het boek beschrijft onder meer hoe een brief van scholier Danny Hoekzema leidde tot de eerste jongerenboot in 2007, nadat burgemeester Job Cohen daarvoor toestemming had gegeven. Ook het verhaal van Brendan Harkness, die in Amsterdam zag dat je agent én openlijk queer kunt zijn, laat volgens de auteurs zien welke invloed Pride kan hebben op de manier waarop mensen naar zichzelf en hun toekomst kijken.
Sedee en Klaassen benadrukken dat de geschiedenis van Pride ook vol conflicten zit, en dat juist die ruzies iets laten zien over wie erbij hoort en wie niet. Hun onderzoek kreeg extra urgentie door de situatie rond Boedapest Pride in 2025, waar een verbod van de Hongaarse regering uitmondde in een massale demonstratie. Volgens de auteurs onderstrepen zulke ontwikkelingen dat rechten niet vanzelf blijven bestaan en dat zichtbaarheid, solidariteit en steun van bondgenoten nodig blijven.
De Oranjezomer: Dries Roelvink lacht om beelden van Chris Woerts, die zijn hit 'Ik Kom Eraan' zingt op Curaçao