Premier Rob Jetten bezoekt Herinneringscentrum en begraafplaats in Hooghalen. 'Hier krijgt het Molukse verhaal een naam en een gezicht'
In dit artikel:
Premier Rob Jetten bezocht woensdag Herinneringscentrum Kamp Westerbork en de Molukse kindergraven in Hooghalen, kort nadat hij namens de regering excuses had aangeboden voor de manier waarop de eerste generatie Molukkers in Nederland is behandeld. Tijdens het bezoek sprak hij met nabestaanden en betrokkenen, onder wie John Matahelumual van de stichting Molukse KNIL-graven Assen en Midden-Drenthe en Mietji Hully, die als kind in woonoord Schattenberg woonde.
Bij de kindergraven in Hooghalen werd Jetten geconfronteerd met de persoonlijke gevolgen van die geschiedenis: in de regio liggen in totaal honderd Molukse kindergraven, waaronder meerdere kinderen uit hetzelfde gezin. Het bezoek maakte indruk op de premier, die ook stilhield bij het graf van Otto, een jongen die in 1959 op 8-jarige leeftijd overleed. In het herinneringscentrum bekeek hij tentoonstellingen en foto’s van onder meer de Joodse fotografe Maria Austria, die in de jaren vijftig Molukse kinderen vastlegde in Schattenberg, het voormalige Kamp Westerbork.
Jetten noemde de excuses een noodzakelijke erkenning voor Molukse ouders en grootouders die na hun komst naar Nederland vaak met teleurstelling en gebrek aan waardering te maken kregen. Tegelijk erkende hij dat de verontschuldigingen eigenlijk eerder hadden moeten komen, al denkt hij dat het moment nu wél goed landt. Hij drong aan op snel vervolg van het aangekondigde nationale onderzoek naar de behandeling van Molukkers, maar benadrukte dat het daar niet bij mag blijven: de geschiedenis moet volgens hem ook een plek krijgen in onderwijs en publieke herinnering, zodat meer Nederlanders begrijpen waarom deze erkenning zo belangrijk is.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen en René van der Gijp reageren op eerste interview Thijs Römer sinds veroordeling