Prefab bouwen tegen de woningnood: de vraag is hoe snel dat kan
In dit artikel:
Minister Boekholt-O'Sullivan (Volkshuisvesting) zet sterk in op prefab-nieuwbouw om het woningtekort aan te pakken. Met bijna 300 miljoen euro aan middelen wil ze samen met andere maatregelen de productie van gefabriceerde woningen stimuleren en zo dichter bij de ambitie van 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar komen. Na de zomer presenteert ze een concreet actieplan met verdere uitwerking.
Experts van onder meer Platform31, ING Research en de TU Delft juichen het meervoudige beleid toe: naast fabrieksbouw stelt de minister ook een flexibele pool van ambtenaren en experts voor en wil ze sommige vergunningen afschaffen om procedures te verkorten. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten ondersteunt vooral het voornemen om eindeloze bezwaarprocedures aan te pakken.
Tegelijk wijzen deskundigen op knelpunten waardoor prefab niet automatisch snel leidt tot veel meer huizen. Fabrieken hebben minder personeel nodig dan traditionele bouwplaatsen, maar moeten wel continu opdrachten hebben om rendabel te draaien; sommige producenten draaiden de afgelopen jaren niet op volle kracht en deden zelfs faillissement aan. Belangrijke vertragers zitten in de voorfase: gemeenten hanteren uiteenlopende lokale eisen (er zijn 342 gemeenten met eigen voorschriften), procedures lopen lang door bezwaren of netcongestie, en vergunningseisen passen soms niet bij gestandaardiseerde producties uit de fabriek.
Als antwoord werkt de minister aan een wetswijziging voor typegoedkeuring: vooraf gecertificeerde woningtypen met een keurmerk moeten zowel gemeenten als fabrikanten meer zekerheid geven en de vergunning- en bouwtijd inkorten. Deskundigen zien daarin een nuttige stap, maar benadrukken dat het oplossen van infrastructurele, juridische en organisatorische barrières minstens zo belangrijk is om prefab-bouw op te schalen en de beloofde productie daadwerkelijk te realiseren.