Praktijkonderwijs maakt zich zorgen over groeiende instroom leerlingen vanuit vmbo
In dit artikel:
De Sectorraad Praktijkonderwijs waarschuwt in de Staat van het Praktijkonderwijs 2026 voor een sterke toename van leerlingen die pas later instromen in het praktijkonderwijs. Het rapport, dat woensdag aan Tweede Kamerlid Ilana Rooderkerk (D66) is aangeboden, constateert dat sinds 2020 de instroom direct vanuit de basisschool met ongeveer 10% is gedaald. Tegelijk groeit de instroom vanuit het vmbo: leerlingen beginnen vaak op vmbo-niveau en stappen na een of twee jaar over als het niveau blijkt te hoog voor hen.
De raad noemt deze zogenoemde zijinstroom problematisch: leerlingen die later binnenkomen moeten wennen aan een andere leeromgeving en brengen vaak faalervaringen en motivatieproblemen mee. Als gevolg moeten praktijkscholen extra ondersteuning bieden en omgaan met uiteenlopende onderwijs- en gedragsbehoeften.
Als belangrijkste oorzaken wijst de Sectorraad op het beleid van kansrijk adviseren dat basisscholen sinds 2020 hanteren — bij twijfel wordt een optimistischer advies gegeven — en op de verplichte landelijke doorstroomtoets in groep 8 die vanaf schooljaar 2023-2024 geldt. Die toets kan het voorlopige advies opwaarderen; bovendien gebruikt de toets een gecombineerde laagste categorie (praktijkonderwijs/vmbo-basis), waardoor een enkelvoudig praktijkonderwijs-advies niet mogelijk is. Volgens de raad veroorzaakt dit onduidelijkheid bij ouders en leerlingen en leidt het soms tot druk op leerkrachten om een vmbo-advies te geven, waardoor leerlingen die beter op praktijkonderwijs zouden passen eerst in het vmbo belanden en later teleurgesteld doorstromen.
Nicole Teeuwen, voorzitter van de Sectorraad, pleit voor aanpassing van het kansrijk adviseren en wil dat uit de doorstroomtoets ook een eenduidig pro-advies kan volgen, zodat duidelijke plaatsing vanaf het begin mogelijk wordt en onnodige zijinstroom afneemt.
Kort samengevat: veranderingen in adviespraktijken en toetsing verschuiven leerlingenstromen richting praktijkonderwijs na de start in het vmbo, met gevolgen voor motivatie, schoolklimaat en organisatie van praktijkonderwijs.